Het draalt vandaag, wil niet komen spelen. Ligt te lezen, zonder licht alstublieft en met de ogen toe. Een boterham, heeft het gebedeld. Schrijven ja, dat moet het doen.
sodade schrijft niet meer! Een verzekeringskwestie, bleek: te veel dubbele bodems. Iemand dreigde erdoor te zakken. Dat met dat zwartje… was erover. Huh. Ach. De mal en pis… hier. Tja! Liplap!
Er is wellicht slechts één die min of meer kan volgen hier. En dan nog... hoe kunnen we elkaar volgen? Dat is een tegenspraak.
Het droomt van bloemen in elke holte, rode bloemen, dode bloemen, besmeurd met gruis en tekent cirkels in de lucht, staart naar binnen. Het wil muziek, gaat met mijn lichaam aan de haal. Zo sta ik nu te kijken terwijl de armen stijgen en dalen en vormen beschrijven, grillige figuren en onbestemde inhoud, niets neemt plaats in. sodade allerminst. Ze is niet, elle n’existe pas of plus – vinger tegen het hoofd, nadenken of tikken, want plus is meer, ze weet het. Tamelijk on-Cartesiaans of zo: ze denkt en toch is ze niet, niet te rijmen. Denkt ze wel? Het draait met de snelheid van een tol, de benen ietsietsiets gespreid, een kleine o tussen de knieën en verder open, dicht, open, dicht nauwelijks te detecteren. In het bos, de dryade…
Er loopt een experiment naast sodade en soms raken ze elkaar, het kan dat zien. Het kan niet schrijven als ik , want het is geen ik, heeft geen ik. Het is al bijzonder dat het schrijft en leest. Een toegeving als het ware. Mmm, draai nog een rondje.
Het doet raar vandaag, blijft liggen terwijl ik werk. Maar straks binnen een uur of zo probeer ik het te wekken. (edit: mislukte poging wordt later hernomen. Klein kamertje, grote rode bal en dito ladder. Licht, spiegel, douche, wc… arbeidsvreugde alom… ben je nog wel wijs? Pfff, wat zou dat? Vergeet ik de deur misschien te sluiten?) Die met de ondergrootste kop komt binnen: je hébt het! staat ze te krijsen terwijl er snot verzamelt in de zakken onder haar ogen. Ik plooi mijn aangezicht tot zekere mate van communicatie en schuif daardoor net in de usb-poort die de maatschappij me voorlopig biedt. De verbinding is nauwelijks compatibel. Ach zie ik een vonkje? Een instabiliteit? Onderhouden, dat! Ik hoop op recrudescentie. Tegenover haar… wil ik met plezier Carthaagse trouw plegen. Oh yeah. We beginnen het kruisteken toch met… in de Naam van… enzoverder.
Ga ik op mijn knieën liggen? Neen! Dankbaar? Neen, het is zoals het is: netto 600€ minder. Laten we over iets dergelijks niet ergoteren. Dat zou te veel van te weinig zijn.
Ik twijn mijn leven tot een lasso - de lus voldoet aan het einde van de rit - en proef de nieuwe wijn, die jaren verborgen, nu mijn drank is geworden. Zijn smaak is geweldig en verslavend. Note to self: geniet nooit met mate!
Extase als het naast me staat en tegelijk erdoor bezeten. Misschien als het overneemt dat ik dan weg kan treden in zaligheid? Het kan gevaarlijk wezen, legt koorden rond mijn nek – laat mijn handen trekken, het doet mijn voet de gas in duwen, hard, harder, hardest....en terwijl laat het me waanzinnig lachen, roepen, gesticuleren op de weg, mijn longen openzetten, en kijken als een gek. Lyssa in mijn lijf maakt me koortsig. Ik kijk door een andere opening naar buiten. Migraine, waar het oog ontsluit.
Ze zeggen: rijd voorzichtig, ik antwoord steevast neen! Er zijn er die over engelen beginnen te praten en dan kijk ik dwaas. Of over de hemel. Het neemt dan soms wel over en lacht onbedaarlijk, maar toch is het sodade met een streng gezicht die meestal dit soort baarlijke nonsens bij het afval gooit. Ongesorteerd, want die orde telt daar niet.
Het Grote Vilbeluik… Dat is waar we uiteindelijk belanden! En alle inspanningen van activisten ten spijt, ook na de grote breuk vermag het lichaam… lees wel… het lichaam , niet de geest, ziel of wat men denkt dat er óók nog is, het helemaal de aarde nog verder te vervuilen. In al mijn essentie ben ik lichaam en word ik tot lichaam herleid.
En vandaar uit tot… rook. Het begint ermee te spelen. Alle gelijk van de wereld! We gaan een moresca dansen… Hmm, hoor de tonen: als een sleutel in mijn bekken spannen ze de veer op die me drijft… en na de opperste schoonheid van het mezelf verliezen de loomheid in de tussenwereld. Het is niet. Niets is. Laat het niet zijn.
Het is volle maan. Sta buiten en kijk naar de sterren. Blaas me een wolk. Want alles is vluchtig in de wereld.