woensdag 18 september 2013

prik van westelijk front

 

 


foto's van een erfenis,
d.d. 15-09-13


hoofdstuk 13, § 9, p. 15
, it mamatters

dinsdag 3 september 2013

hippo-droom


Zoals katers tot leven komen.
En katten. Misschien wel twintig. En een koerende blauwporseleinen duif.
Vanwaar?
En dààr: een kapucijnersiamees met zwart
gezicht en lichte vacht en ijsblauwe ogen. De sperwer hoort bij hem of haar.
Vanwaar
kèn ik die dieren?

Houd de deuren dicht en ramen. Houd ze binnen,
de katten en de rest. Buiten gaan
ze dood. Te laat.
Daar ligt er een, onder de voet gelopen. Vanwaar?
Vanwaar?

Tel ik de katten in de kist,
de vogels, de muizen. Tel ik de dieren
die op boeken staan. Alleen op de wereld.
Daar! En daar!
Hoe duidelijk nu! Hoe fluisterduidelijk. De adelaar,
als hij? Of de grote gier op de kast?

Nog zijn de woorden niet koud, hoe stil gesproken ook of
steen
wordt geruild voor veren en
in nauwe nood, opent een raam
pje en hoe zo'n grote vogel door dat kleine gat? En klapwiekend stijgt tot de thermiek. Tot de thermiek hem draagt...
Kwetsvragend?  Zou dat bestaan?


Wat dan met de *en ik schrijf letters in doofstomme lucht* o l i f a n t?
En *denk ik zonder woord* de g i r a f.
Of dat de bultrugwalvis uit zijn chrystalbox barst, met gezang en al?
Het houten nijlpaard op het schap, de krokodil van plexieglas, de gekko uit Mount Darwin, de aap, de slang, de neushoorn en de toe-kan?

In een kever kruipen mensen.
a day on the breast
supper surpressed.




hoofdstuk 7-13
tussentekst - on- of ononafgewerkt

Men weet het als men het weet
(lachen met po83)