dinsdag 24 december 2013

respect?






hoofdstuk 13, op de vijver, ring 17-11 en 6-12 

zaterdag 21 december 2013

schtzngrmm

[...] En wat hier volgt brengt de dood weer in het leven - het duidelijker, -in-het-leven-dat-we-leven, -kan-het-niet - omwille van wat de poëzie doet. Dat vrolijke nietzscheaanse, dat Jandl volgens mij aanraakt hiermee. (zie het youtube-dingetje) en ik kan me voorstellen dat hij hier deze of gene mee tegen de schenen stampt.



 http://youtu.be/ixgbtOcEgXg


Ernst Jandl (van die Scheissmachine o.a.)

- poème, celui-là composé seulement de consonnes pour évoquer la guerre moderne et les combats, lecture éloquente de Jandl également.



schtzngrmm
schtzngrmm
schtzngrmm
t-t-t-t
t-t-t-t
grrrmmmmm
t-t-t-t
s------c------h
tzngrmm
tzngrmm
tzngrmm
grrrmmmmm
schtzn
schtzn
t-t-t-t
t-t-t-t
schtzngrmm
schtzngrmm
tssssssssssssssssssss
grrt
grrrrrt
grrrrrrrrrt
scht
scht
t-t-t-t-t-t-t-t-t-t
scht
tzngrmm
tzngrmm
t-t-t-t-t-t-t-t-t-t
scht
scht
scht
scht
scht
grrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrrr
t-tt




hoofdstuk 13, op de vijver, ring 4-8 

onverwachting



Het reële - ik las ooit een receptakel over een pasgeboren moeder - is dààr te zien.
In het in en uit, het nog met de binnenkant van de parturiënte bedekte kind, dat pas een buitenkant kreeg, de grens naar / uit het reële toont, voor het gewassen is.
[.]e zag het ooit in het echt. Mij was het niet gegeven.
Nochtans... ik voel het.
Wat voor moeder ben ik?
Bestaat daar een gedicht over?






hoofdstuk 13, op de vijver, ring 18-12

donderdag 19 december 2013

poëzie






hoofdstuk 13, op de vijver, ring 17-11.... 19-12



mijn beurt nu






hoofdstuk 13, §11 & 12
categorie: homo sacer? 





dinsdag 17 december 2013

kijk naar de maan!



Er is meer dan één plaats waar je de maan kan bekijken,
maar zie je ze wel?




hoofdstuk 13, § 11 & § 12
omgekeerde boodschap

dinsdag 26 november 2013

zeg het eens met bloemen









hoofdstuk 13, § 11


zondag 24 november 2013

embracing the demonic




con-sonare?



van de harmonie naar harmoniets?
niet meer spreken
niet meer eten
niet meer slapen
niet meer dromen
niet meer
niets meer?
van daar terug naar harmonie? 

woensdag 20 november 2013

invidia





hoofdstuk 13, op de vijver, ring 18-11



zaterdag 9 november 2013

de slag bij Zela







 hoofdstuk 7, §11, p.9-11

maandag 4 november 2013

woestijn?

"Er groeit meer gras op een kale vlakte dan men denkt dat er gras groeit op een kale vlakte."
sodade - 2007





hoofdstuk 7, § 10-11
countdown

vrijdag 1 november 2013

nu -6 - amfibool (tot de zesde macht)




Het is ochtend en ik houd me vast aan een kop koffie. De nacht was te kort. Alles lijkt bizar: waarom ik hièr zit, hoe ik hier kom en hoe ik me afvraag: heb ik een kater!

Mijn ogen dwalen in de registers van mijn geheugen.

Ik hang vast aan ogen van schitterend amfibool, gevlamde eb en mahonie, vingers die in een baard plukken, handen en armen die onverwacht explosief gesticuleren en woorden, uitdrukkingen, tussengooisels als ‘pfff’ en ‘oech’ en lach en gedachten kleurrijk boven de tafel schilderen, om daarna even plots stil te vallen in een schoot van magere benen die zelfs om elkaar geslagen nog toelaten dat beide voeten de grond raken. Ik wil mijn handen op die knieën leggen.
Ik houd me vast aan een kop koffie. Zwart legt hij een isolatielaag tegen mijn binnenkant terwijl ik mij uiterlijk als vanouds niet laat kennen. Tenminste, dat denk ik. Ik stort een bodem in mijn maag, een shot cafeïne, om me niet te verliezen in gedachten van 'utterly confused'.
En zijn die haast vogelachtige handen, als kieviten op een veld, met onnavolgbare vlucht - dat duiken, zwenken, stijgen, rusten….
Ik had gezegd: “Ik wil ze zien en voelen”. Dat mocht en deed ik dus.
Ik palpeerde ze beiden (zou mijn ogen willen sluiten) en voelde ze als braille. De nagels, het bot, de huid, het vlees van de muizen. Ik navigeerde als vanouds tussen metacarpalen, vond snuifdoos en webbing. Zocht de ijkpunten, maakte een mentaal plan en hing alles vast in mijn eigen vingerprent.
Dat was ik, prentenverzamelaar. Van onzichtbare platen. Het handencabinet…
Met kijken en voelen van handen als puur genot.

Mijn ogen zijn daar gebleven, op dat gezicht. En als met een laserpen snijd ik lijn na plooi, de baard, de lange nek daaronder, kwetsbaar als Nzou’s plek.
Elke dag sedertdien.


1 nov. 2007 - 1 nov. 2013


zaterdag 26 oktober 2013

woensdag 23 oktober 2013

maandag 7 oktober 2013

encore... (bambi enzo)



Het hele-koekjes-eten

Het onge-loof,
de kruin van een boom, ontdaan in de herfst en
zie het hert en zie het kalf, zie het anderhalf.
Zie haar staren, zie hem maren,
zie ze paren in het rot, het zot in de blaren
op de grond. Zie ze, hij vocht,
zij vochtiger, wie het hartst?

En als vocht een vorm van vechten is,
hoe is rot dan een soort van humeur?
Is er humide, fluide, dulide, timide, soliede,
oliede zij hem of hij haar? Verbiede...
Stupide. Spreken over de liefde. Het barbaarse
geweld tussen de achtste en de zesentwintigste.
Letterlijk. We houden van de barbaren.
Klootzak werd een erenaam.
En hoewel van het Hebreeuwse ijle ook,
moest Abel eraan. Geloven.

Eraan geloven. Ja. Zijn blanco is was,
was zijn manco. Was waar niets in ingeschreven staat.
Stond. Slide of time. De stonden, de uren,
de dagen, het dagen van de zon.
De zonde, de zondaar. Kaïn.
Kaïn, daarentegen!
Kaïnjer, ja. De eerste en de elfde.
Hoe gelijk, hoe ongelijk.

Geen broeders meer, het verschil
geslecht met de achtste na de twaalfde te leen
de tiende en de vijfde,,,,,,,,,,,,,,,,
enzorookt, enzoademt, enzodoort.
Een mug crasht in de rode wond, alwaar
de textuur van pijn. Het kunstmatige van twee.
Er is een geval... het gevallen stuk.

Het gezicht verschijnt. Hoe lang-geleden-angel-eden?
En ik lees. De grimas. Ze neemt inhoud en leegte
tegelijk, draagt en verhult, de tijd, de wijzere.
Het sleutelbeen op scherp in de deur van het lijf.
Huid aan huid was zij, een huis.
Ik doe mijn ogen dicht.
I like it, I lick it, illicit. Mokerslag. Genoeg
Bedrukt en kwaad.
Verloren in het rille. De tijd.

Als ik de zon kon stoppen en de maan
ik kon alles zijn, er is maar één iets dat ik wou
mmmmm
de mmorgen, de mmiddag en de mnacht

En receptakel verschijnt en net daarna
Aloekah.
Maar haar linkerborst is geamputeerd
Het ene kind dood, het andere leeft
en dat het niet om zonen gaat
Er zit méér reliëf op een Kaïn dan op
het witte blad, het rookgordijn dat Abel heet
Kaïn is het leed en het leven
Abel het koor, het streven
Gaat het om goed of kwaad?
Of simpeler: brrrààààffff & ssstoûtttt?
stop met polariseren.

Bij een passage van een uithuiszetting door oorlogsveteranen ben ik behoorlijk in elkaar gegaan, woest ook op de schrijfster, dat het zo niet was, niet toen ik daar was en de wacht kreeg aangezegd. De woede zakte wel, maar slapen lukte niet meer die nacht. De machetes, de bijlen en de geweren waren net iets te levendig. En geen officieel document dat de actie ondersteunde. Bruut was het. Wel. Niet elke verdrijving is / was gerechtvaardigd. Geen enkele had zo gewelddadig moeten verlopen als ze deden. Pfff. Hier kan ik niet over praten. Met niemand.

Het is geen kwestie van een kant kiezen. F*ck. Daar gaat het niet om. En toch wordt het gepolariseerd. Blank/zwart, goed/kwaad, brrrrraaaafff /sToûtttt. Grrrrmmbl.

Op een bord ligt een koekje
het is een boudoir
het is ingericht als een .. .........................................................................boudoir natuurlijk
en binnenin wordt .. ...............................................................................filosofie
bedreven.

neem
en eet



hoofdstuk 7 - 13
hfdst. 13, § 9 & 10, p (1)29 - (2)07

*rant*


afb. via google-afbeeldingen

woensdag 18 september 2013

prik van westelijk front

 

 


foto's van een erfenis,
d.d. 15-09-13


hoofdstuk 13, § 9, p. 15
, it mamatters

dinsdag 3 september 2013

hippo-droom


Zoals katers tot leven komen.
En katten. Misschien wel twintig. En een koerende blauwporseleinen duif.
Vanwaar?
En dààr: een kapucijnersiamees met zwart
gezicht en lichte vacht en ijsblauwe ogen. De sperwer hoort bij hem of haar.
Vanwaar
kèn ik die dieren?

Houd de deuren dicht en ramen. Houd ze binnen,
de katten en de rest. Buiten gaan
ze dood. Te laat.
Daar ligt er een, onder de voet gelopen. Vanwaar?
Vanwaar?

Tel ik de katten in de kist,
de vogels, de muizen. Tel ik de dieren
die op boeken staan. Alleen op de wereld.
Daar! En daar!
Hoe duidelijk nu! Hoe fluisterduidelijk. De adelaar,
als hij? Of de grote gier op de kast?

Nog zijn de woorden niet koud, hoe stil gesproken ook of
steen
wordt geruild voor veren en
in nauwe nood, opent een raam
pje en hoe zo'n grote vogel door dat kleine gat? En klapwiekend stijgt tot de thermiek. Tot de thermiek hem draagt...
Kwetsvragend?  Zou dat bestaan?


Wat dan met de *en ik schrijf letters in doofstomme lucht* o l i f a n t?
En *denk ik zonder woord* de g i r a f.
Of dat de bultrugwalvis uit zijn chrystalbox barst, met gezang en al?
Het houten nijlpaard op het schap, de krokodil van plexieglas, de gekko uit Mount Darwin, de aap, de slang, de neushoorn en de toe-kan?

In een kever kruipen mensen.
a day on the breast
supper surpressed.




hoofdstuk 7-13
tussentekst - on- of ononafgewerkt

Men weet het als men het weet
(lachen met po83)

maandag 29 juli 2013

bouwverlof I - het breken van bananenbroed

ik tel van 11 tot 1001
- een vrouw ligt in een kleur van kussen half op haar rug met het bekken gedraaid, paarse, donkerrode en donkergroene tinten met wat wit en oker. ze wacht
- een brandende lucifer nadert het sleutelgat
- drie filosofen staren naar een punt in de vijver. ze dragen hetzelfde pak. ze zijn beperkt tot wit en zwart. toch is dit alles.
- op de hoek van een schouw staat een bakelieten telefoontoestel. de draad leidt naar het eergisteren van eergisteren.
- de trap van zwart en wit reikt tot in het blauwe van een lucht op een zwart-witte foto
- de vrouw ligt nu naakt. ze slaapt. haar boek ligt op de grond. ze weet niet dat ze geschilderd wordt. maar het is wel waarvan ze droomt.
- er is een manier om sneeuw te schilderen in de bergen zodat die zich met de wolken vermengt. de bergen lijken kalligrafisch bezaaid. er bloeit lavendel aan hun voeten. hebben bergen tenen?
- de vrouw haar borst wordt opengesneden. ze kijkt toe met een lichte buiging van haar nek. haar ogen zijn dicht. ziet ze ziet met haar huid. misschien een vraagteken.
- een lieveheersbeest loopt als een mini-verkeerdgevlekte koe over letters op zoek naar een lievevrouwsbeest. de letters wijzen een andere richting aan.
- de sleutel naar het eeuwige leven heeft een rare geur
- de vrouw duikt onder water. ze is niet langer vrouw, maar vlek. geen borst te zijn.
- er is een tuin en een zetel met algen begroeid. de trap loopt alleen maar omlaag
- hoe zit het met schuim? kan je daar vlees van maken?
- dit gat in mij ontsnapt, of het nu ochtend is of ochtend.
- het leven is een kolk met ogen onderaan
- door de deur drijft het bloed dik en rood de kamer in, Occupy
- alles gaat vlotter op glad vel. het kaalgeschoren veld is oneindig in de blik van de toeschouwer
- het hart ligt open en bloot op tafel. het klopt nog. na.
- het pad naar het oerwoud ligt bezaaid met zussen en broers, kinderen, de voorvaderen. bloed kruipt waar het niet recht kan staan. wat een bo.el.
- er is maar één  stier nodig.  het zand kleurt rood.
- soms zijn grote haken beter dan kleine. wat er tussen staat wil liever ontsnappen.
- je was zo lief
- nierdoorvorsers hebben gelijk, de handen geboeid boven een Y. en de kuiltjes, ze spreken
- dit vreemde woord is als een man in rood, het hoofd bedekt met kap. in de ene hand een kandelaar en in de andere de vrouw. hij zeult, zij verzet. zich.
- wil ik de middelen kennen van beide partijen?
- rood neemt hand over hand het terrein in van de rug, de vingers diep in het weerbarstige
- soms is een mens niet meer dan een vlek. bepaalde vlekken zijn onverwijderbaar. Wat een geluk.
- plots zie ik mijn stad en zie dat het mijn stad is. je. ruza.
- wat is een vrouw?
- je klopt. eindelijk dan. wat een gezicht!
sporen, anterieur aan dit zijn, in dit zijn. voren.







hoofdstuk 7, § 11, p. 11
hoofdstuk 13, § 7, p. 14, 18, 21, 25
hoofdstuk 13, § 7, p. 28  #bouwverlof 

donderdag 11 juli 2013

spreek ik Ajanees, of wat?

298.
Seufzer. — Ich erhaschte diese Einsicht unterwegs und nahm rasch die nächsten schlechten Worte, sie festzumachen, damit sie mir nicht wieder davonfliege. Und nun ist sie mir an diesen dürren Worten gestorben und hängt und schlottert in ihnen — und ich weiß kaum mehr, wenn ich sie ansehe, wie ich ein solches Glück haben konnte, als ich diesen Vogel fing.
Friedrich Nietzsche - Die fröhliche Wissenschaft, Viertes Buch 276-309


 הֲבֵל הֲבָלִים אָמַר קֹהֶלֶת, הֲבֵל הֲבָלִים הַכֹּל הָבֶל. 


Toen ik danste in Singapore en Casa di Alataro bezocht, de staalstructuren van vleugels en huid met hun lineaire en quadratische wetmatigheid, de vrijheid tussen de vlaktes verkende en geïnspiraliseerd doppen uit flessenholen wervelde, de halzen, nomadisch, gedisloceerd, alles voor de liefde, tutti, of toch quasi, wetende: de toekomst is net gepasseerd - op hoe hoge benen? - had je me moeten zien: met welke lach van buskruit en zonneschijn? Stijgen op de thermiek van het x-jarig creatief gebaar. Een arend in het zwerk taxeert de logica van de modaliteiten. Probeerstenen als eilanden van een andere dag hermetisch beschermd door ruige wolken dwars door een continent van bloedende harten, waar muizenbeten trager dan de arend aan de lever, knagen aan kamers en zwoegende boezems, expanderen om als de bomen in de lente hun bladeren hun parasieten uit te werpen, maar niet als het blad gehecht te laten, ze weg te snijden als de tumoreuze enten die ze zijn en de blauwe camera registreert briljant dat overblijft. Vakkundig geslepen.
Werden ambassadeurs geäppeleerd, representanten van andere ingewanden, nu het paradigma verschoven is, verschuift? Het waren diplomatische ruimten in een haveloze kast, antiek en houtwormgebeten met nog wat kant, genoeg voor een marge van zijgedachten, brokaat en de rimpels van botswana-agaat. Hoe anders dit cruë theater in zijn obscene kracht, waar het hart het grootste niets meer is en de wereld naar de maag marcheert, de charge van aanstomende terreinen. Zouden dit echte gesprekken zijn, onder het azuurblauwe tapijt? De ooggetuigen op de vleugels van botermotten (behemotten?) en honingaandragende vliegende paarden uit de Nijl. De fictie zo groot als een wurgende anaconda rond het paaltje van pijn. Kunnen we titelloos bekennen? Ontwricht in waterweiden? Moeten we op rijmwijsheden een dag construeren, een nieuw beeld om mee te beginnen? Gonzen bijen de lucht tot materie?
Ik bind de katernen van gerecycleerd morgenrood tot minder vrolijk weten. Heil de suprematie van het vermogen te pacificeren - erotiseer die handel - en het ademende lichaam te stutten in wat uit openingen glijdt, fatale fouten die nooit tot wasdom komen, en overvloed, weelde en exces. Dit is een andere staat van schrijven. Een parallax, een universum naast het lood, met vreemde polen, zonder noord of zuid, waar tijd geen wetten volgt, gewetenloos ver-niet-igend wat is, vervuld van élke mogelijkheid.
Waren er binnenoorlogen of goden van nijd? Virtuoos, vir.tu.eel. draken- en damesvliegen als weleer ten tijde van Joris. Wisselverhalen worden verteld bij een tóch van vuur, de warmste ademstoot lansrecht ondanks dit kijken door een periscoop als we zo ondergronds nog leven, zo stil en te niet, de vuile hand geheven voor de kruimels die hij geeft en elke korrel niet minder dan goud. Zo is het simpel stormen te riskeren en het belangrijkste te hertekenen tot een reuzeminiatuur, basisprincipes van overleven, het voedsel van een astronaut, een universum in een tablet. Oerdrang in schaduwbeelden, het geweld van de o-vuller, het geschonden boek een nieuw gezicht gegeven. Kunnen we kleuren in een klassieke tekst? Een inleiding tot mengselleer? Bestaat er een revolutie op de Maan? En kunnen blauwe mensen Rammstein zingen? Houdt nachtrag auto's tegen? Zijn reuzespinnen en verzinsel of zitten ze in een suikermachine? Ik draag een jurk van levende bloemen. Nooit nog kom ik dit water uit.




hoofdstuk 7 - 13
after finitude
Tout peut très réellement s’effondrer – les arbres comme les astres, les astres comme les lois, les lois physiques comme les lois logiques’ (QM - AF 73)

donderdag 4 juli 2013

Nerval





google-afbeelding


hoofdstuk 7, §10
hoofdstuk 13, § 6, p. 30 
Le Prince d’Aquitaine 



woensdag 3 juli 2013

prétre et putain























Rochelle Owens - Hermaphropoetics 
via Poems and Poetics
 

hoofdstuk 7, §10
hoofdstuk 13, § 6, p. 30 

donderdag 6 juni 2013

driftig het zien en de oren


Een dode mond lacht niet, noch de onzichtbare. Vertel me: lacht je gezicht? Hoe kreukt het vel aan je ogen, plooit de huid naast je neus tot ze verdwijnt in wat je bedekt? Tijd. Ik krijg de raad van tijd. Niemand weet dat die oneindig is en zonder vergelijk met de sterfelijkheid van een oogschittering, het oplichten van obsidiaan, het aanspoelen van speeksel en tong aan lachende lippen, pratende accolades, verlorenwaaiende sliert, tikkende nagel tegen een glas, een aansteker, een sigaar, een ander(e)... object.

Vingerafdrukken verschijnen onder geloei van de wind. Rook, rook, alles is rook. Peau.rien bougent, open en dicht. Dopen en icht, ogen en licht. Wordt me verteld dat het in vlechten ligt, dunne sprieten langs de oren van de Naam van de Vader en het kind.
En traankaartjes gratis èn voor niets.
Dat de zon opgaat en ergens achter de einder een volk met twee harten leeft. Ze zijn bedreigd.



hoofdstuk 7-12
hoofdstuk 13, §5, p. 29 e.v. tot § 6, p.6 e.v. 
hatchie, grüss Herr Nietzsche, Ode an die Freude, lac an tout
je ne cherche pas, je t'rouve
i rove you
horen +, zien +, ...


shaken, not stirred

gas mask wearing whirling dervish Turkish protestor. xpost /r/Turkey
http://imgur.com/r/all/J6qCt1g

Slavoj Žižek supports the protests in Turkey

free spirit

Ich wohne in meinem eigenen Haus,
Hab Niemandem nie nichts nachgemacht
Und — lachte noch jeden Meister aus,
Der nicht sich selber ausgelacht.

Über meiner Haustür 

[F. Nietzsche, La Gaya Scienza - Motto der Ausgabe 1887]

~-~
"Fröhliche Wissenschaft": das bedeutet die Saturnalien eines Geistes, der einem furchtbaren langen Drucke geduldig widerstanden hat – geduldig, streng, kalt, ohne sich zu unterwerfen, aber ohne Hoffnung –, und der jetzt mit Einem Male von der Hoffnung angefallen wird, von der Hoffnung auf Gesundheit, von der Trunkenheit der Genesung. Was Wunders, dass dabei viel Unvernünftiges und Närrisches an's Licht kommt, viel muthwillige Zärtlichkeit, selbst auf Probleme verschwendet, die ein stachlichtes Fell haben und nicht darnach angethan sind, geliebkost und gelockt zu werden.

(F. Nietzsche, La Gaya Scienza - uit het voorwoord)


'Here the essentially grave and masculine face of the poet-philosopher is seen to light up and suddenly break into a delightful smile. The warmth and kindness that beam from his features will astonish those hasty psychologists who have never divined that behind the destroyer is the creator, and behind the blasphemer the lover of life.'

(Uit de 'editorial note' van Nietzsches 'La gaya scienza'- NY, The Macmillan Co. 1924)




hoofdstuk 13, § 5, p. 29 e.v.
Freude, Freude, Freude

maandag 20 mei 2013

[werktitel]





hoofdstuk 7-13

rook, HB, 13.13, ednisi

Domino


Laten we de hoeren heilig verklaren. De heiligenkalender,
opengeslagen op zaterdag: Betty, Lola, Margot, levenslang
gerestaureerde maagden, voorlopige martelaressen vol van
genade, bronnen van gulheid.

Je schenkt genot, o hoer die de wereld verlost, en niets
vraag je in ruil dan een paar armzalige geldstukken. Je ver-
langt niet bemind, geëerbiedigd, bediend te worden, je
doet de echtgenotes niet na met hun gesnotter, hun ver-
wijten en hun jaloezie. Je dwingt niemand tot afscheid of
verzoening; je zuigt geen bloed en geen tijd; je bent vrij
van schuld; je ontvangt de zondaars aan je boezem; je luis-
tert naar woorden en dromen, je glimlacht en zoent. Je
bent geduldig, ervaren, verdrietig, wijs, zonder wrok.

Je bedriegt niemand, je bent eerlijk, integer, volmaakt;
vooraf zeg je je prijs en laat je keuren; je discrimineert niet
wie oud is, of misdadig, of zwakzinnig, of gekleurd; je ver-
draagt de kapsones van de hoogmoed, de valstrikken van
zieken; je verlicht de impotent, prikkelt de schuchtere,
bevredigt de blasé, geeft een kick aan de ontgoochelde. Je
bent de vertrouwelinge van de dronkaard, een toevlucht
voor de vervolgde, een bed voor wie geen rust vindt.

Je hebt je mond en je handen getraind, je spieren en je
huid, je darmen en je ziel. Je weet hoe je aan en uit te
kleden, neer te vlijen, te bewegen. Je tempo is precies, je
gekreun luistert nauw, geen variatie is je te veel gevraagd.

Je bent vrijheid en evenwicht; je bindt of weerhoudt nie-
mand; je zeurt niet over vroeger, laat niet op je wachten.
Je bent louter aanwezigheid, voorbijgaan, duur.

Op de plaats waar je voorgaat in de waarheid en de
schoonheid van het leven, of het nu een luxebordeel is,
een discreet rendez-voushuis of een armoedig ledikant,
lijk je op een lamp en een glas water en een brood.

O hoer en vriendin, minnares, geliefde, toeverlaat op deze
dag voor immer, ik erken je, ik verklaar je heilig en wars
van huichelaars en verdorvenen, ik schenk je al mijn geld,
ik kroon je met grashalmen en ben bereid van jou alles te
leren, te allen tijde.

Jaime Sabines 




Canonicemos a las putas. Santoral del sábado: Bety, Lola,
Margot, vírgenes perpetuas, reconstruidas, mártires provisorias
llenas de gracia, manantiales de generosidad.

Das el placer, oh puta redentora del mundo, y nada
pides a cambio sino unas monedas miserables. No exiges
ser amada, respetada, atendida, ni imitas a las esposas
con los lloriqueos, las reconvenciones y los celos. No
obligas a nadie a la despedida ni a la reconciliación; no
chupas la sangre ni el tiempo; eres limpia de culpa;
recibes en tu seno a los pecadores, escuchas las palabras
y los sueños, sonríes y besas. Eres paciente, experta,
atribulada, sabia, sin rencor.

No engañas a nadie, eres honesta, íntegra, perfecta;
anticipas tu precio, te enseñas; no discriminas a los
viejos, a los criminales, a los tontos, a los de otro color;
soportas las agresiones del orgullo, las asechanzas de los
enfermos; alivias a los impotentes, estimulas a los tímidos,
complaces a los hartos, encuentras la fórmula de los
desencantados. Eres la confidente del borracho, el refugio
del perseguido, el lecho del que no tiene reposo.

Has educado tu boca y tus manos, tus músculos y tu
piel, tus visceras y tu alma. Sabes vestir y desvestirte,
acostarte, moverte. Eres precisa en el ritmo, exacta en el
gemido, dócil a las maneras del amor.

Eres la libertad y el equilibrio; no sujetas ni detienes a
nadie; no sometes a los recuerdos ni a la espera. Eres
pura presencia, fluidez, perpetuidad.

En el lugar en que oficias a la verdad y a la belleza de la
vida, ya sea el burdel elegante, la casa discreta o el
camastro de la pobreza, eres lo mismo que una lámpara
y un vaso de agua y un pan.

Oh puta amiga, amante, amada, recodo de este día de
siempre, te reconozco, te canonizo a un lado de los
hipócritas y los perversos, te doy todo mi dinero, te corono
con hojas de yerba y me dispongo a aprender de ti
todo el tiempo.

Jaime Sabines 



hoofdstuk 7-13
"je lacht, je lacht"
 

zaterdag 11 mei 2013

m'être


die Verwandlung

het zeerzoete
nooit dat altijd ook
gekopt en munt is
bij het dageraadselen
als pasgestroopte dromen
nog uithangen in de huid
van de nacht

na de aanslag van het ontwaken
haal ik spinnen uit mijn oog
hang ze aan een honingmaan
zonnetrottoir met dode

mijkever




hoofdstuk 7, §11, §11
l'unique trait du pinceau

donderdag 2 mei 2013

Exces


"het geluid van blad en takken, de oude elfenbanken, de zon die als das Ding soms doordrong. Dat, vooral dat... "




hoofdstuk 7, § 10, § 11, p.3, p.9
hoofdstuk 13, §5, p. 2
als er niets meer overblijft om je aan vast te klampen, is er nog het genot. Als de laatste illusie.(blad) (KG)

G/genot



How to derive the maximum enjoyment from crackers

Speaking man to man the most important element in deriving the maximum enjoyment from crackers is the choice of a companion to help you enjoy them. She must be someone whom you admire. A beautiful woman, elegant and accustomed to sophistication, a woman whose company is a challenge to enlist, a woman that’s hard to get.

In approaching the companion that is going to help you enjoy the crackers, it is best not to tell her of your intention; let it be a surprise to her. Be charmingly mysterious, saying only that you are going to do something currently different. If she accepts your invitation, proceed in making the following arrangements:

Reserve two hotel rooms for the same night in two different hotels; one a single room in a skid-row flop house, and the other, a suite of rooms in the finest hotel in town. If you do not own an expensive car, make arrangements to have one at your disposal for the evening.

On the day of the occasion, a few hours before you are to pick her up, purchase several heads of lettuce, romaine, endive, fresh spinach, etc.; several pounds of fresh ripe tomatoes, cucumbers, celery, olives, green onions, and so forth. In other words, whatever ingredients you would choose to make an attractive salad. Finally, you must also purchase five gallons each of the following dressings: Roquefort, French, Russian, Thousand Island, and Vinegar & Oil.

Take these ingredients to the room at the skid-row hotel. Pull back the covers on the bed and make a four or five inch layer of salad that covers the entire surface of the bed, tossing the salad well with your hands. Pull the covers back over the salad and re-make the bed. Be sure there is no salad on the floor. Place the twenty-five gallons of dressing in the closet.

With the above accomplished, proceed to dress for the evening. Dress as though you were a waiter or a wine captain in an expensive restaurant, but leave doubt as to whether or not this is what your attire really suggests. The doubt is, of course, a personal matter. When you are dressed, and all of the necessary arrangements have been made, proceed to pick up your date.

When you call for her, create an air of wistful mystery. however, try not to make your mystery dark and ominous; keep it light and taunting. If she asks you what is planned for the evening, it is very effective to look into her eyes, smile faintly, but say nothing, and then look away.

Drive casually to the flop house. Make interesting conversation; keep her wondering; answer her questions about what you are going to do with only, “You’ll see.”

When you arrive at the flop house, take her quickly to the room you have rented. Once inside the room, ask her this question: “By the way, what salad dressing do you prefer?” When she has told you, go into the bathroom and drape a small hand towel over your forearm (a la fancy waiter). Return to the room and pull back the covers on the bed to display the crisp green salad.

One of the high points of the evening is now at hand. You must coax her to lie down in the bed. She may possibly reject such a notion at first, and may even attempt to leave. Reason with her adroitly. One of the finest points of argument to convince her is that it is perfectly all right is “salads are good for you.” If she is still hesitant, you can even go so far as to chide her for not being adventuresome. Whatever you do, get her in that bed; get tough if you have to, but get her in that bed!

After she is in the bed, go to the closet and take out the five gallons of her choice of dressing, and with great flair, pour it over her entire body. She will probably make some remarks like: “What is the meaning of this ridiculous tableau? Are you mad, you crazy son-of-a-bitch!” Enjoy them.

When you have emptied the entire five gallons of dressing on her, snap your fingers and say “Crackers!” Begging her forgiveness, explain that you have forgotten the crackers. Tell her that you will have to run to the store, and for her not to move a muscle.

Race out of the flop house, drive swiftly to a store and buy a small box of saltines. Do not buy fancy crackers. When you have purchased them, drive to the fine hotel in which you have rented a suite of rooms. Go directly up to your suite, place the box of crackers on the nightstand beside the bed, take your clothes off, and get into bed. Turn the lights off, settle down, and nibble on the crackers one by one. You will derive a maximum enjoyment from them.

by Mason Williams, from The Mason Williams Reading Matter, 1964.

dinsdag 23 april 2013

object project subject abject

so do you


  



Man in Mirror: Don't worry. Don't worry about people looking at you. Be yourself.
Mannequin: Who am I, really. Can you tell me?
Man in Mirror: Who knows? Your image is a game, an illusion. Play with it, make a work of art out of ?, be free.
Mannequin: What about my identity?
Man in Mirror: You can't rely on appearances. You have a number of faces, just like a portrait of Picasso. Pass through the mirror, un objet.
Mannequin: Well, at the moment, I can't actually move.
Man in Mirror: Eh, that is true that you are kind of frozen. As a reflection, that doesn't give me much room to maneuver. I would more like — a page in a magazine. But at least , I am speaking!
Mannequin: Shhh. Not so loud. Someone is looking at us. Let's continue to be still. I don't want to get involved with the crowd. I am not good at it, you know–small talk. It's not my thing.
Man in Mirror:  Yeah. Just smile and be pretty.
Mannequin: Oh, by the way, you look very handsome.
Man in Mirror: So do you.









hoofdstuk 7, 8, Polonius, Baudelaire ('Un homme épouvantable entre et se regarde dans la glace')
hoofdstuk 13, § 4, p 7, p. 19, p. 21
Lacan, Gaultier, automaton


donderdag 11 april 2013

la bataille de Risquons-tout


'de Schreve'

het landschap steekt zijn stokken door
het stralen
van een bleke zon -
de adem van de grond,
de natte huid,
het dampen van een mondtoorts
licht

hoe gloeit het bij de sprekende wond,
hoe smeult het
in de gothiek van het verhemelte
als zinnen gemalen worden,
herschikt
verhit
het gemoed stutten tot

het landschap stokkend incasseert
Het oksaal is gevuld van gerucht

waarlijk zingt het
koor noch uitverkoren
wat is geboren
welk monster zag het licht, de lucht?




hoofdstuk 7 -> 9 -> 12

hoofdstuk13, §4, p. 1-11






zondag 7 april 2013

subversief

  • Qu'est-ce qu'une femme?
  • Que veut une femme?
  • La femme n'existe pas.
  • Je ne vois pas la (...)
  •  


(...) s'amuse
geen opiniestuk




hoofdstuk 7, §12, p. 30
hoofdstuk 13, § 4, p 1-7
RVV - buttgate, Wat wild das Weib etc

dinsdag 2 april 2013

maandag 25 maart 2013

Nunca me esquecerei desse acontecimento...




No meio do Caminho

No meio do caminho tinha uma pedra
tinha uma pedra no meio do caminho
tinha uma pedra
no meio do caminho tinha uma pedra.

Nunca me esquecerei desse acontecimento
na vida de minhas retinas tão cansadas
nunca me esquecerei que no meio do caminho
tinha uma pedra
tinha uma pedra no meio do caminho
no meio do caminho tinha uma pedra


Carlos Drummond de Andrade




hoofdstuk 7, §10, p.31
hoofdstuk 7, §11, p.1, p.11
hoofdstuk 13, § 3, p.25
hoofdstuk 7 - ∞


maandag 18 maart 2013

als een koe

Verdade

A porta da verdade estava aberta,
mas só deixava passar
meia pessoa de cada vez.

Assim não era possível atingir toda a verdade,
porque a meia pessoa que entrava
só trazia o perfil de meia verdade.
E sua segunda metade
voltava igualmente com meio perfil.
E os meios perfis não coincidiam.

Arrebentaram a porta. Derrubaram a porta.
Chegaram ao lugar luminoso
onde a verdade esplendia seus fogos.
Era dividida em metades
diferentes uma da outra.

Chegou-se a discutir qual a metade mais bela.
Nenhuma das duas era totalmente bela.
E carecia optar. Cada um optou conforme
seu capricho, sua ilusão, sua miopia

Carlos Drummond de Andrade


hoofdstuk 13, § 3, p. 14
(hupokeimenon enz.)

dinsdag 12 maart 2013

bezette plek


O ja, de leegte - het "gaat vanzelf om niets". 



hoofdstuk 7-11
werktekst 76-77
hoofdstuk 12 § 1, p. 13
hoofdstuk 13 § 3, p. 10 

dinsdag 5 maart 2013

het burlen van het hert


dark shadows fly over in the night, wingspan of eagles, soundless high. I call my brother: "Don't you see??? Bold eagles fly over thee". First he doesn't agree. It's five now and they move back, flying circles, coming near... bursting in laughter, penetrating the silence of the dark, and their white necks morphe into a human head, their body into human beings

Hoe snel een droom een trap bestijgt en inkijkt in een kamer, waar mussen op de vloer ontsnappen aan de kater die later weer verdwijnt, de slaap, het bed, de planken waar aan nagels dieren hangen. Het boegbeeld van een schip kijkt uit, ontworstelt zich, ontwortelt zich en strekt de benen, maar het zoekt en roept op wat het niet vindt. De kater blijkt een leeuw van lappen, de mussen uitgevlogen in het stratenplan dat zich ontvouwt en waar lange benen jonge vrouwen dragen en een stem die moedig blijft geloven: je vindt hem wel, ik vind hem wel. De glazen koepel straalt en licht de naalden op waarop ze steunt, steltenlopend op een schoen die aandacht trekt. En aan de andere zijde...
En aan de andere zijde ongeschoeid door weiden waar bomen bloesemen en tweehoevigen gestapeld zijn en in het rennen een hand een hert aanraakt.
Hoe het voelt? Als hertenleer, als hert zo zacht. Maar de stapel kreunt, de dikdik gromt, het ree blaft. En de kangoeroe is bruin tot in het groene gras. En waar we verder lopen, stroomt vloeistof uit de grond, als honing goud en geel, bij elke stap vult zich een plas. Het is nu eenmaal zo, zegt hij. Zijn snor en baard zilveren vogels in zijn gezicht. toen ik hem zag heeft zijn lach mijn tijger doen wiegen, de kamer hing scheef ervan.
Het ene beest dat ik niet ken springt op en is een man die lacht.




hoofdstuk 7, § 10 & 11
hoofdstukken 8 t.e.m 12, div. locaties

hoofdstuk 13, de vloekende tijd

in: song for
ə guy


zaterdag 16 februari 2013

mmmmmmm

Slavoj Žižek: In the future we'll outsource sex

Romance is maybe not yet totally dead, but its forthcoming death is signalled by object-gadgets which promise to deliver excessive pleasure but which effectively reproduce only the lack itself.

The latest fashion is the Stamina Training Unit, a counterpart to the vibrator: a masturbatory device that resembles a battery-powered light (so we're not embarrassed when carrying it around). You put the erect penis into the opening at the top, push the button, and the object vibrates till satisfaction … The product is available in different colours, levels of tightness and forms (hairy or without hair, etc) that imitate all three main openings for sexual penetration (mouth, vagina, anus). What one buys here is the partial object (erogenous zone) alone, deprived of the embarrassing additional burden of the entire person.

How are we to cope with this brave new world which undermines the basic premises of our intimate life? The ultimate solution would be, of course, to push a vibrator into the Stamina Training Unit, turn them both on and leave all the fun to this ideal couple, with us, the two real human partners, sitting at a nearby table, drinking tea and calmly enjoying the fact that, without great effort, we have fulfilled our duty to enjoy.



mmmmmmm, heeft hij gelijk, Žižek?




http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2013/feb/14/valentines-day-is-romance-dead


zondag 3 februari 2013

filling in the gap$?

Raveel - foto 2007

zondag 27 januari 2013

Johannes Guldenmond






hoofdstuk 8, §3, p. 29
hoofdstuk 13, §1, p. 27
(remedies, schaduwgevecht, (.)e Naam, la durée)

donderdag 10 januari 2013

straat-waarde







hoofdstuk 13, § 1, p. 4-10 

Uno, nessuno e centomila


eindelijk?



hoofdstuk 7 - 13
Lacan, Stade du mirroir; Luigi Pirandello, Iemand, niemand en honderdduizend; het Pirandello-conflict