Première vision. Tout est théâtre. L'héroïne devenue comédienne, assise sur la rampe de la scène, boit sa bouteille d'encre. Elle balance les jambes dans le vide de la salle où quelques spectateurs attendent. Et voilà qu'elle écarte délicatement les cuisses. Lentement, très lentement mais sans qu'il soit possible de douter de l'indécence en train de s'accomplir sous nos yeux. De la fente improbable une encre singulière a commencé de couler. Nous sommes à la limite du tragique. À l'instant insaisissable où l'héroïsme tourne à la comédie. La vision s'est évanouie. Seul le petit lac d'encre continue de se déverser goutte à goutte.
Anne Élaine Cliche - La pisseuse
hoofdstuk 7
hoofdstuk 8, §4, p. 12
hoofdstuk 11, §8, p. 30
woensdag 31 augustus 2011
maandag 29 augustus 2011
XXIII - 22 cl
quid est enim in vita tantopere quaerendum quam cum omnia in philosophia, tum id, quod his libris quaeritur, qui sit finis, quid extremum, quid ultimum, quo sint omnia bene vivendi recteque faciendi consilia referenda, quid sequatur natura ut summum ex rebus expetendis, quid fugiat ut extremum malorum? qua de re cum sit inter doctissimos summa dissensio, quis alienum putet eius esse dignitatis,
We hebben een kop nodig om het bloed op te vangen. Bloed stroomt altijd naar waar het nodig is. Een man gaat door mijn kasten en kiest. Neen, die niet, die is vanbinnen heel beschreven. En met argwaan volg ik zijn handen die door mijn dubbelleven gaan, de schriften op het rek als borden op elkaar. Dat het een hoofd volbloed is en beschreven ribben en dat we sneller moeten zijn, want hij bloedt dood. We haken de buis achter de kofferdeur en gebieden de derde te hijsen, helaas, te laat. De spatten op mijn wangen, mijn gezicht, zijn het bewijs. En ik scheidt beide levens, waar ik in beschreven huisraad speel met kleinkinderen die toch niet kunnen lezen welke ander op hen past. Het zijn vreemde tijden. De kamer te gezellig, de mensen te lief, het huis te leeg. Weggegeven raad in een schort gesprokkeld stookt het haardvuur even op. Zal er morgen bloed zijn als ik wakker word en zal het nog stromen in mijn beschreven kop?
hoofdstuk 7
hoofdstuk 8; §9, p. 25
hoofdstuk 11, §8
Cut & cash
zondag 28 augustus 2011
XXII - omen
ullus orationis vel copiosae vel elegantis ornatus defuit?Ego vero, quoniam forensibus operis, laboribus, periculis non deseruisse mihi videor praesidium, in quo a populo Romano locatus sum, debeo profecto, quantumcumque possum, in eo quoque elaborare, ut sint opera, studio, labore meo doctiores cives mei, nec cum istis tantopere pugnare, qui Graeca legere malint, modo legant illa ipsa, ne simulent, et iis servire, qui vel utrisque litteris uti velint vel, si suas habent, illas non magnopere desiderent.
Spelen in de dodentuin en delven. Daar zit je op een bank, de cobra op je neus, met gevlochten benen en stille vogels die letters pikken uit een Franse krant van het verleden. Opzij ben je een lijn. Of drie. In mijn geheugen de wereld. Er wordt volume verhandeld en dat verdraag ik nauwelijks. De zwartste vogel wiekt vleugeltraag en lacht terwijl zijn poten vermageren. Als hij loopt dan danselt hij, sporen slaat hij overal. En ik, ik spreid me, omspannen kan ik niet, maar pars pro toto. Onder zijn handen morfogenese, hurricanen, vengazen, pourri et noir de noir en shittering. Eenvoudig pad tot houdbaarheid is onbestaand. Kan een pijplijn in twee richtingen trekken? Mapiepmapiepadimagriet, maar de grote dictionnaire toont blanco bladen. Lijnen lezen is een spel voor wie het mee wil spelen. We tuimelen achterwaarts om ons voorste te bekijken en het blijkt een oefening in eeuwigheid. Dood gaan doen we eerder. De ander ook. Die stuurde iedereen weg en de oude vroeg waarom. Twee erwten uit de dop verklaarden tegelijk: een olifant sterft alleen. Wat dan met mastodonten? En jij? Weet je nog van sixtyfour? Zal ik vertellen van de tussentijd, dat ik alles afrond, mijn vingertoppen, mijn billen en mijn buik, de lengte daalt, de breedte groeit en straks rest enkel nog een punt.
Heeft het een zin?
Vraagteken
Dubbelpunt
Antwoord
hoofdstuk 8, §5, p. 17
hoofdstuk 11, §1, p. 9 en §8, p.28
her en der van cobra, knal en geel, in retroactief
Spelen in de dodentuin en delven. Daar zit je op een bank, de cobra op je neus, met gevlochten benen en stille vogels die letters pikken uit een Franse krant van het verleden. Opzij ben je een lijn. Of drie. In mijn geheugen de wereld. Er wordt volume verhandeld en dat verdraag ik nauwelijks. De zwartste vogel wiekt vleugeltraag en lacht terwijl zijn poten vermageren. Als hij loopt dan danselt hij, sporen slaat hij overal. En ik, ik spreid me, omspannen kan ik niet, maar pars pro toto. Onder zijn handen morfogenese, hurricanen, vengazen, pourri et noir de noir en shittering. Eenvoudig pad tot houdbaarheid is onbestaand. Kan een pijplijn in twee richtingen trekken? Mapiepmapiepadimagriet, maar de grote dictionnaire toont blanco bladen. Lijnen lezen is een spel voor wie het mee wil spelen. We tuimelen achterwaarts om ons voorste te bekijken en het blijkt een oefening in eeuwigheid. Dood gaan doen we eerder. De ander ook. Die stuurde iedereen weg en de oude vroeg waarom. Twee erwten uit de dop verklaarden tegelijk: een olifant sterft alleen. Wat dan met mastodonten? En jij? Weet je nog van sixtyfour? Zal ik vertellen van de tussentijd, dat ik alles afrond, mijn vingertoppen, mijn billen en mijn buik, de lengte daalt, de breedte groeit en straks rest enkel nog een punt.
Heeft het een zin?
Vraagteken
Dubbelpunt
Antwoord
hoofdstuk 8, §5, p. 17
hoofdstuk 11, §1, p. 9 en §8, p.28
her en der van cobra, knal en geel, in retroactief
zaterdag 27 augustus 2011
XXI - shaddai
sed ita sentio et saepe disserui, Latinam linguam non modo non inopem, ut vulgo putarent, sed locupletiorem etiam esse quam Graecam. quando enim nobis, vel dicam aut oratoribus bonis aut poetis, postea quidem quam fuit quem imitarentur, ullus orationis vel copiosae vel elegantis ornatus defuit? Ego vero, quoniam forensibus operis, laboribus, periculis non deseruisse mihi videor praesidium, in quo a populo Romano locatus sum, debeo profecto,
Elektronisch lawaai lost merkbaar op in dikkere vloeistoffen. De gevangenen, de zelven, de politieke taal die werft gaat in geen vergelijk met landschappen in kleur, met of zonder interpunctie. Kapitaal gecapteerden doen een guillotine om haar hoofd janken en profetenbloed stroomt de helling op in de draaiing van de aarde. Onafhankelijke componentanalyse van dromen en hun herbergiers is kunst in hibernatie, maar de grond warmt op in tuinen en de wormen zingen op de toon van de fluit. De dagen komen dat de zee landinwaarts stroomt en ongezouten meningen de maaltijd kruiden. De tegendraadsheid van koffie zit in de tegendraadsheid van koffie. Vervloekt de vermaledijde Romeinse duim, geämputeerd in priapische toestand. De erectiek van leuk alom. Niet zo onder vandalen, lijsten losgemeesterd, spiegels omgekeerd en water onder zetels. Zij vraagt geen wolzoet excuus. Drift is de deur naast noodzaak. Onder de limoen, zou ik denken, ware het niet dat ik me herinner hoe me tegen wil en dank een boeddhabeeld tussen de duimen werd gestoken. Ten noorden van de kleurlijn is een andere dageraad. Hij strekt zich uit tot in de navel. Ik kijk naar de wenkbrauwkam die me onthouden wordt, die ik onthield en in het opgegooide glasgordijncordon verschijnt een onbekende etymologie van borstelen. Twee vingers en twee duimen schrijven. Me. Wervelloze kinderen hangen er weekhoofdig bij. Er zijn staken nodig en touwen. Het moet een kluwen zijn, een leven zonder leven dat door leven rolt als een hopeloze draad van ruim tot ruim, gespoeld en opgewonden, mijn as, zijn as, wijn as, pijn as, haar. Acapilla polyfoon, blauwdrachtig doorregen. Vandaag de bladen van een boek, morgen huid en huid.
hoofdstuk 7
hoofdstuk 8, §8,p.19
hoofdstuk 9
hoofdstuk 11, §8, p. 27
in: George & Julia
woensdag 24 augustus 2011
XX - sircuit
Graecum te, Albuci, quam Romanum atque Sabinum,municipem Ponti, Tritani, centurionum, praeclarorum hominum ac primorum signiferumque, maluisti dici. Graece ergo praetor Athenis, id quod maluisti, te, cum ad me accedis, saluto: 'chaere,' inquam, 'Tite!' lictores, turma omnis chorusque: 'chaere, Tite!' hinc hostis mi Albucius, hinc inimicus.Sed iure Mucius. ego autem mirari [satis] non queo unde hoc sit tam insolens domesticarum rerum fastidium.
Een hart in coma zwijgt. Een poos. In de verloren hoek waaraan ze het maten leeft het en leest de Lonely Planet Gits van Spleen. Een zwarte engel beschreef. Het klimaat verandert, spatiale planning leidt tot hoge performantie en uitmuntend resultaat: toegepaste avances voor een optimale economie die het bourgeoisdenken overstijgen zal. Het banket blinkt van partiële objecten waaromheen straling gonst. Wanneer een koning geen koning is zijn er weinig kandidaten voor de uitverkoop van zijn garderobe. Overlevingspakketten zijn gegeerder, bijvoorbeeld om hun chocola. Zal je je echter herinneren dat chips dient om vuur te maken? Mensen hebben limieten, maar bij sommigen liggen die bijzonder ver. Binnen Delphi en voorbij de moderne sculptuur overleeft een handgeweven kralenstructuur. Microscopische messen opereren in het middeloorsten waar voorbij het eerste zand kamelen en naalden floreren. Daar geven we terug aan Caesar en vormen abelse groepen. Er zijn stenen en bewerkingen genoeg daartoe, waarbij ook hybride methodes kunnen worden toegepast voor onder andere een pied-de-poule. Sociaal onrecht en emotiespeurwerk knellen in die uitgestrektheid, waar mieren zich tot jongleurs ontpoppen en een sporadische olifant een verliefde zandduin voor de gek kan houden. De Koritrap gooit zijn kop achterover en lacht schallend over
Ik schenk je dadels, Prins van Aquitanië, van goud en fluweel. Te overleven zonder oase...
hoofdstuk 7-11(&8, p. 24)
er zij water!
zondag 21 augustus 2011
vrijdag 19 augustus 2011
XIX - transcendent
res vero bonas verbis electis graviter ornateque dictas quis non legat? nisi qui se plane Graecum dici velit, ut a Scaevola est praetore salutatus Athenis Albucius. Quem quidem locum comit multa venustate et omni sale idem Lucilius, apud quem praeclare Scaevola:Graecum te, Albuci, quam Romanumatque Sabinum, municipem Ponti, Tritani, centurionum,
In de annalen staat het geval van een onzichtbare chinees met rusteloze benen, die slapeloosheid adverteert. Ik gaf een lichte twist aan de ogen, veranderde mond, neus, huid en haren en zag jou over de bladspiegel waken. Het werkwoord weten gooide je op als een jongleur, supposeren, subjecteren en wat capriccio in de cocktailbeker. Shaken op telekinese. Alfa-ogen kunnen het als ze groen pretenderen te zijn. Een niet zo onschuldige leeftijd tracht het onbegrijpelijke te begrijpen. Woorden, ingewreven met olie, glippen door baden van betekenis en kleur. Sommige worden gestreken en gefixeerd maar de meeste blijven vogels of konijnen. Je inhaleert gulzig en tégen geplogenheden in. Je schip voert de piratenvlag en entert onwillige schoten en zeilen van huid en je bezegelt land. Risico-universum en gegoochel met objecten zijn strandspelen. De inzet is hoog en pas retroactief gekend, met piekende archiefkoorts gepaard. De slaap ezelt monsterlijk voort onder zeebenen en strooien honden heffen de poot tegen. De wereld in zondagskostuum inclusief getuigen. Anders de botsing met de handelaar in raadselachtigheid, ontdaan van pathologie, hij die potten roert van genot en exsister, clafoutis klu(t)st en huizen, met een saus van bescherelle. π
hoofdstuk 7-11
Alles heeft een oorzaak
Alles leidt ergens heen
niemand stapt 2x in dezelfde rivier.
woensdag 17 augustus 2011
XVIII - Weh
quamquam a te ipso id quidem facio provocatus gratissimo mihi libro, quem ad me de virtute misisti. Sed ex eo credo quibusdam usu venire; ut abhorreant a Latinis, quod inciderint in inculta quaedam et horrida, de malis Graecis Latine scripta deterius. quibus ego assentior, dum modo de isdem rebus ne Graecos quidem legendos putent.
En daarenboven is er ook refrein zonder koor, tegendraads stampen tegen je scheen, trekken aan nachtelijk haar, de gekke vrouw en haar nagels. Vloeibaar stroomt het fatische, druppelt op een steen die zich sterker waant. Spectraalanalyse gaf als resultaat dat licht niet op maat gemaakt is, noch de zintuigen. Numerieke methodes en ma thematische wetten passeren de revue. Door traliewerk van gebroken regels zie ik je gezicht en tel ogen. Ze schitteren als brandende kapellen gevuld met git. Achter je rug glijden naaktslakken in formatie voorbij, koorknapen in het gras, als morsetekens van lang en kort in weekdierentaal. Dinsdagavond kwartvoortien Wervelloos wordt daar gesproken, amorf het slijm van ruis over sla volgend de reisgids voor kuddes, die reeds door de Grieken werd beschreven. Niet zo'n vibrante materie.
Jouw koker met pijlen dan: lees ik. Let's talk. Again: let's talk... let's talk and listen, van dove vingers voor blinde oren en vragen zonder stem.
Wee die de stekker uittrekt. Wee.
(Ze lacht en lacht en lacht... )
hoofdstuk 7
hoofdstuk 8, §1, p. 24
hoofdstuk 11, §8, p. 16, 17 & 18
vrijdag 12 augustus 2011
XVII - let's talk - again
And again: let's talk
and again
and...
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 1-8,
braille is als sterremix en mattenkloppers, de lucht is lucht
in: poëtische illusie
donderdag 11 augustus 2011
XVI - let's talk
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 1-8,
braille is als sterremix en mattenkloppers, de lucht is lucht
in: poëtische illusie
woensdag 10 augustus 2011
XV - lux
quorum ille iudicium reformidans Tarentinis ait se et Consentinis et Siculis scribere. facete is quidem, sicut alia; sed neque tam docti tum erant, ad quorum iudicium elaboraret, et sunt illius scripta leviora, ut urbanitas summa appareat, doctrina mediocris. [8] Ego autem quem timeam lectorem, cum ad te ne Graecis quidem cedentem in philosophia audeam scribere?
Op zoek naar de wiskundige wortels van de geheimen van de sommelier bungelt de abacus aan een betekenende vinger. Je zei dat ik - ondanks mijn tegenboodschap - wel degelijk wis-kunde heb. Veel tot taalt zich nu pas als een embryo dat groeit. Hoe intens de focus ook, het hart van de materie is niet eenvoudig te penetreren. Bergwachten tuimelen over elkaar en wolken pletten spruiten in een hersenpan. Slordig worden ideeën gelyncht samen met hun fletse woorden. Compostresten plaveien een landkopersweg naar nelders en zand stuift geschift de hemel in, door je neusgaten. Oesters broeden er op. Verstrooide parels en hun bestemming, geoogst of niet, onregelmatig als het slaan van de katten staart de blik naar de klepel, die arrogant tijd aan de maas likt. Ik vermaal wat regels en verf je gezicht. Je beeld bleekt altijd na in tegenstelling tot wat men denkt: dat het branden is. Je beeld brandt in in tegenstelling tot wat men wil: dat het zal bleken. De horizon van mijn dag strooit sporadisch maar cassant. Ik zeg je, ingescheurd tot het bot: niets ervan wil ik missen.
Het is woensdag of selderij.
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 8, p. 10
fout is niet fout
Op zoek naar de wiskundige wortels van de geheimen van de sommelier bungelt de abacus aan een betekenende vinger. Je zei dat ik - ondanks mijn tegenboodschap - wel degelijk wis-kunde heb. Veel tot taalt zich nu pas als een embryo dat groeit. Hoe intens de focus ook, het hart van de materie is niet eenvoudig te penetreren. Bergwachten tuimelen over elkaar en wolken pletten spruiten in een hersenpan. Slordig worden ideeën gelyncht samen met hun fletse woorden. Compostresten plaveien een landkopersweg naar nelders en zand stuift geschift de hemel in, door je neusgaten. Oesters broeden er op. Verstrooide parels en hun bestemming, geoogst of niet, onregelmatig als het slaan van de katten staart de blik naar de klepel, die arrogant tijd aan de maas likt. Ik vermaal wat regels en verf je gezicht. Je beeld bleekt altijd na in tegenstelling tot wat men denkt: dat het branden is. Je beeld brandt in in tegenstelling tot wat men wil: dat het zal bleken. De horizon van mijn dag strooit sporadisch maar cassant. Ik zeg je, ingescheurd tot het bot: niets ervan wil ik missen.
Het is woensdag of selderij.
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 8, p. 10
fout is niet fout
dinsdag 9 augustus 2011
vel
hoofdstuk 7, §10, p. 21
hoofdstuk 7, §11, p. 1, p. 11
hoofdstuk 9, §10, p. 26
hoofdstuk 11, §8, p. 9
Labels:
13.13,
leesstonde,
rook
Das Ding
Es giebt ein Wesen, das vollkommen unschädlich ist, wenn es dir in die Augen kommt, du merkst es kaum und hast es gleich wieder vergessen. Sobald es dir aber unsichtbar auf irgendeine Weise ins Gehör gerät, so entwickelt es sich dort, es kriecht gleichsam aus, und man hat Fälle gesehen, wo es bis ins Gehirn vordrang und in diesem Organ verheerend gedieh, ähnlich den Pneumokokken des Hundes, die durch die Nase eindringen.
Dieses Wesen ist der Nachbar.
Uit: R.M. Rilke, Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, §4, p. 17
Dieses Wesen ist der Nachbar.
Uit: R.M. Rilke, Die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, §4, p. 17
zondag 7 augustus 2011
XIV - encore idéalement...
sed id neque feci adhuc nec mihi tamen, ne faciam, interdictum puto. locos quidem quosdam, si videbitur, transferam, et maxime ab iis, quos modo nominavi, cum inciderit, ut id apte fieri possit, ut ab Homero Ennius, Afranius a Menandro solet. Nec vero, ut noster Lucilius, recusabo, quo minus omnes mea legant. utinam esset ille Persius, Scipio vero et Rutilius multo etiam magis
Schrikreacties modificeren door een uitgebreidere kennis van kippenvlees bleek een mogelijk pad waar hazen niet terug van hadden. Professionele standaarden voor de beroepspraktijk van haanhouderij zullen algemene misvattingen daaromtrent kunnen vermijden evenals een angstwekkende spelbepalende openingszet. De shah is mat. Een uitgebreid rundgenologisch onderzoek van chaoslijnen is aan de orde teneinde het voeren van effectieve biopolitiek. Vlees en niets dan vlees zal Sade garen, heroïsch vormgegeven door het herrijzen van onverwoestbare lichamen, in hun totale vervangbaarheid. Haken en ogen geserveerd op een bed van messen temidden van de kookgeur van buren. Raadplegen we de slachtersgids voor welopgevoed vlees en zijn beste onderdelen om door correct gebruik van catalytische methodes tot een aanvaardbaar resultaat te komen voor een genormaliseerde integrale tafel. (afdeling droge kost, in de grote schappen der nonsensicaliteraria want de schrijver is een dief).
Achter de grijze stadsgordel klokt het geluid van een trein als een anale parelketting tevoorschijn. Ik lees rouwbetuigingen vol ongeloof vol ongeloof. De Marxist kondigt aan zwevend aanwezig te zijn, in geest. Niets is nog wat het lijkt. In het publieke belang dient de dood gekaderd, hij schrijdt op de loper en met sleutelbenen. En jij staat met ontbloot bovenlichaam - kwijl - te kijk. Het water spat waar het gesneden wordt. De jaren dertig, lang voorbij, een andere eeuw, ook door de zon belicht. De staat waarin we waren identiek. Ver zijn drie let-ters met een ongewone maat. Een mariachi-band marcheert voor tranen uit. Mechanische vlinders en experimentele benaderingen ten spijt... mis ik je. Eenzame jager met een spoor van wild, zelf sauf-age, vaart een dodenscheepje van schaamluis af in kielzog van creatief gebaar. De zandwallen persen de dijk af, ontzijpelen doet niets meer
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 7, p. 5-7
in everything's not allright
donderdag 4 augustus 2011
XIII - hide or leave?
quid? Epicurei num desistunt de isdem, de quibus et ab Epicuro scriptum est et ab antiquis, ad arbitrium suum scribere? quodsi Graeci leguntur a Graecis isdem de rebus alia ratione compositis, quid est, cur nostri a nostris non legantur? Quamquam, si plane sic verterem Platonem aut Aristotelem, ut verterunt nostri poetae fabulas, male, credo, mererer de meis civibus, si ad eorum cognitionem divina illa ingenia transferrem.
Goed wordt naar de zee gedragen en een verdwaalde neus wil het spraakconcept beruiken. Meten is des boekhouders, de lintworm tuimelt een keer. Of drie. De boot gaat te water op hoge poten. Godverstopte afloop. Geen Tao - zo overschat daarenboven - die aan de hittegolf helpt. Vandaag openbaart de chemie van een ballade, miscroscopisch bekeken niets nieuws. Morgen misschien, tegen een donkerder achtergrond. Eenzaamheidsvoedsel verstrekt zich over golven evenals het uiten ervan, zowaar nog leniger. Rond de pit vertellen zich vreemde en verschrikkelijke sagen en de pijp gaat rond in mannen- en vrouwenhand. Letterhoofden tellen hier niet. Hout is buigzaam, eens verwarmd. Mensen ook. Voorbij de blauwe horizont waar vleermuizen insecten schieten ligt (kies: het paradijs, de leegte, verlangen, licht, hij, de nacht, nog meer). Mijn rugkater snuift diep de lucht van verloskoffie, het is ochtend, we staan op het balkon en het regent mals. Binnen pleegt een dolle pop, hap uit de mitralisklep, moedermoord. Een hart te ver gedrukt met elfendertig poten en de handleiding breekt, hybride protocollen zweven. Ongeschoold in geavanceerde topics als niet leven en niet dood ontgoochelt het benoemen. De strakke vellen drummen het woord van narcis naar echo terug. Dat er geen intersubjectiviteit is en alleen het geweld dat we de wereld aandoen door de onvolkomenheid van het middel waarin we hem/ haar proberen te wurmen. De lamp van picabia. De glazen die woorden zijn en waarin geen wereld precies past. Zoeken naar een vloeibaarder taal, het kastijden, smelten van goud tot een poetica. Een woord dat ik dacht niet te gebruiken. Codering en cryptologie, catacombisch wandelen in het duisterste deel van wouden - wouden wij...
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 7, p. 28, §8, p. 2-3
in: poëtische illusie
http://youtu.be/BY4bL_bO8sA
woensdag 3 augustus 2011
dinsdag 2 augustus 2011
hidden leaf
nam si dicent ab illis has res esse tractatas, ne ipsos quidem Graecos est cur tam multos legant, quam legendi sunt. quid enim est a Chrysippo praetermissum in Stoicis? legimus tamen Diogenem, Antipatrum, Mnesarchum, Panaetium, multos alios in primisque familiarem nostrum Posidonium. quid? Theophrastus mediocriterne delectat, cum tractat locos ab Aristotele ante tractatos?
De scheiding tussen de wereld en de taal is niet te remediëren. Elk benoemen is al een gewelddaad op zich. De repercussie ervan op relaties tussen 'subjecten', tussen mensen... (er IS geen intersubjectiviteit) is miskenning. Het besef van dat eeuwige tekortschieten is een/de ondichtbare wonde.
hoofdstuk 7-10
hoofdstuk 11, § 7, p. 28
in: poëtische illusie
maandag 1 augustus 2011
lifnei iver
nam si dicent ab illis has res esse tractatas, ne ipsos quidem Graecos est cur tam multos legant, quam legendi sunt. quid enim est a Chrysippo praetermissum in Stoicis? legimus tamen Diogenem, Antipatrum, Mnesarchum, Panaetium, multos alios in primisque familiarem nostrum Posidonium. quid? Theophrastus mediocriterne delectat, cum tractat locos ab Aristotele ante tractatos?
hoe je plooit
en ik mijn ogen als ijzer op je randen
het smelten
nooit was de geur van tranen
was
hoe blind
ik ben
was
fractuur
en zien lukt beter
toen walste plots de tafel onder mijn handen
weg
hoofdstuk 7-11
in derde oog en skandalon
Abonneren op:
Posts (Atom)









