zondag 31 augustus 2008

crouching

klik


.

gras

Sekuru,

Het gras staat hoog, Sekuru. Voor wie moet ik het mes nog zwaaien. De sikkel zwijgt, sinds jij mijn erf niet meer bezoekt. Ik zou het zand korrel voor korrel voor je keren.
Het gewas dat groeit is stug en wild, de glans van weleer verloren en ongereglementeerd vloeit bloed tussen de voren.

Je zou zitten rechts van deur, de lemen bank jouw ereplaats, en palaveren - het zwaaien van je stok.... Aan de overzijde op een gevlochten mat op de grond zoals het betaamt - daar waar de honden rusten - zou ik knielen, de vlooien vangen in de lucht voor ze jou bereiken, en roeren in een pot. Mijn ondeelbare schaarste, ze is geheel voor jou, dat waar ik mijn rug op brak... de maïs, aardappelen en de tomaten... De wilde vruchten van onderweg. Ik zou de enige -nog groene - bananentros oogsten en het laatste zout op het snijvlak strooien zodat hij rijp zal zijn tegen dat je komt. Het zout... als in een wond, en na de pijn het zoete genot. Voor jou.

Uit de stenen pot krijg je het koelste water. Ik zou de beste geit slachten ter ere van je bezoek, ook al zouden we haar melk missen en de jongen die ze jaarlijks krijgt. Je zou zo welkom zijn.

Maar je komt niet meer. Je stok slaat niet Het stenen lijf wacht, het erf ligt leeg, de vrucht blijft dor en het gras groeit hoog Sekuru. Het mes is bot, de sikkel steekt werkeloos tussen het riet van het dak en op je zitplaats ligt stof.

Sekuru, ik weet het wel. Je hebt het druk met je leven. Geduldig laat ik jou en Ambuya groeten. Welkom blijft de tabak drogen aan de draad boven het vuur.
Ik kweek nog meer eelt op mijn knieën en blijf in (je)
vertrouwen,

'thobekile' sodade




.

zaterdag 30 augustus 2008

hym(n)e(n)

Asociaal, autistisch, onbeschoft, autoritair, intimiderend, arrogant, stijfkop, hardhoofd, pitbull,… dit en meer, pfff, ik heb het allemaal al gehoord. Ik zal het niet ver schoppen, en zopas verneem ik eens te meer dat stroop smeren, kruipen, (s)likken en meelopen toverformules zouden zijn. Passen. Inpassen. Kijk, deze tekst is al begrijpbaar. Ik ben aangetast. Besmet. Ik ben ziek. Je suis malade. En hoe!
Er wordt met hout en brillantine gesmeten. Pek en veren passen me beter. Geen kwaad woord over de gooiende handen, maar het fenomeen ligt me niet.

Kijk nu toch, het hamerslingeren, het dwerggooien en het bekogelen van de lege halve siamees, de vrouw die zichzelf verloor en vond achter de taaiheid van dat wat je doorbrak, alles doorstaat ze in haar wezen: de rotte eieren, je zwijgen, het prikken van de pijn. Je aanwezigheid. Altijd. Traag zwem ik en streel het water langs mijn huid, de heerlijkheid, de aanraking van honderdduizend vingers. Ik verlang naar meer. De straal, de impact van je vloeiend penseel, de rode stroken, het zwart gevlochten geweld.
Ik merk je nu niet... een derde-oogervaring, maar jij merktekende mij.
Je bent er altijd.
Hier is het: Vertrouwen. Dat wat je vroeg. Met niet tanende hardnekkigheid.

Ik zing een hymne.
Je maakt me heel/niets.


niet af te werken tekst... alweer.



donderdag 28 augustus 2008

lek

Als een rattenvanger van Hameln kraam je muziek, zingt je zweep nooit rakelings. Je tolt van enthousiasme, je hebt beet - ogen in je willende bohemenkop - en lacht. (Mmmmmmm, zo ging het.)

Met mijn vingers ontsteek ik vuur... verschroei de lucht waarin je loopt tot vloeibaar gesteente. In de vijzel van je hand groeien kristallen en je weet dat het een geode (ochtend)was.
Je kwam!

Ik reed de maan uit naar de dag en vierde de teugels, de vrijheid van het gloren onbarmhartig in de nacht, de woorden dat je slow niet meer wou gaan en als een vreemde ruiter met één oog die een lasso gooit, ving je me bij de voeten. Slechts de weerstand die je voorzag en de dwang vanuit het recht dat je nam én kreeg - als verwaarloosbaar in tijd - geen barrière.

Het peilen van ogen die voor de Orde groen wilden zijn, mahonie tussen index en duim. Had ik maar... Het hart dat toen al zong. Je wíst het toch, parce que tu étais le sujet supposé savoir, l'Autre qui reigne, het gierende bloed gestremd in het schrikken van de koorden rond mijn hart.

En al wat sedertdien ontsloten werd in het besluit... ach, het vertrouwen dat me bindt als een moeizaam vreemd contract. Het blijft hier lekken, weet je, je herstelt de leiding niet. Qué?



woensdag 27 augustus 2008

GBTC




.

ANATOMIE VAN EEN TEKST

Ik lees je graag.

Zo lees ik je graag.
Zo graag lees ik je.
Ik lees je.

Het is mijn-bouw plegen.


.

PIUS AENEAS?


Haec se carminibus promittit solvere mentis,
Quas velit, ast aliis duras immittere curas;
Sistere aquam fluviis et vertere sidera retro;
Nocturnosque movet Manis.Mugire videbis
Sub pedibus terram, et descendere montibus ornos.

(P. Virgilii Maronis Aeneido, Liber IV. 487-491)

Tja, het boek op zich is een geest: 30 jaar geleden (22-08-1978) gekocht in Rome, toen 102 jaar oud ( ed. 1876), en 2037 jaar geleden ving Vergilius aan het te schrijven.
Fantoom-pijn. Tijdloos?



.

dinsdag 26 augustus 2008

DE WALGELIJK SCHONE VERGANKELIJKHEID IV

Uit: Georges Bataille Door Michel Surya, Krzysztof Fijalkowski, Michael



DE WALGELIJK SCHONE VERGANKELIJKHEID: Een terug op te duikelen reeks nu ik dit aan het lezen ben.

Thus the interior of a rose does not at all correspond to its exterior beauty; if one tears off all the corolla’s petals, all that remains is a rather sordid tuft. Other flowers, it is true, present very well-developed and undeniably elegant stamens, but appealing again to common sense, it becomes clear on close examination that this elegance is rather satanic: thus certain kinds of fat orchids, plants so shady that one is tempted to attribute to them the most troubling of human perversions. But even more than by the filth of its organs, the flower is betrayed by the fragility of its corolla: thus, far from answering the demands of human ideas, it is the sign of their failure. In fact after a very short period of glory the marvelous corolla rots indecently in the sun, thus becoming, for the plant, a garish withering. Risen from the stench of the manure pile–even though it seemed for a moment to have escaped it in a flight of angelic and lyrical purity — the flower seems to relapse abruptly into its original squalor: the most ideal is rapidly reduced to a wisp of aerial manure. For flowers do not age honestly like leaves, which lose nothing of their beauty even after they have died; flowers wither like old and overly made-up dowagers, and they die ridiculously on stems that seemed to carry them to the clouds. (G. Bataille, Le langage des fleurs, maar dan in het Engels).

What’s new? Het is herkenbaar. Ja, ook de rotte kleuren nu, appels, bloemen… witgekalkte graven bijvoorbeeld. Oh heerlijk de hypocrisie. Merci Wereld.

In mijn handen snijden de lijnen zich scherper dan voordien, waar ze… neen, ook deze uitleg krijgt u niet.
Rot dus. Als de zon. En nog zo één en ander.
Vré-se-lijk rot, als u het mij vraagt, maar dat doet u niet.
Ik zou toch niet antwoorden.




.

maandag 25 augustus 2008

GOD BLESS THE CHILD


Het kinderlijkje.
Er is (g)een kind.
Begrijp het nu. Er is (g)een kind.
Moe en doodgezwegen.
Die slag was gewoon te veel.
Handen die halen, helpen, houden van, die bewaren. Die…
Heb je schrik van mij? Word je groter als je óp me staat?

Ik wil zo graag maar hebben is niet van mij.


.

BEDENKINGEN BIJ EEN KRUISIGING, BIJVOORBEELD

The gesture you dismissed me with…

Hardnekkig neem ik die ene positie in. Eén dus. Of …
Ik dicht je toe, dacht je dicht…

Het gegiste bestand waar mijn handen beneveld raken, mijn verstand.

Lichaamswater als de rode maan ontwaakt – Schreckstoff – woorden rijzen uit het débris van de nacht. De klamboe beschermt niet tegen de vingers waarmee je onzichtbare indrukken schrijft, je handschept me tot drager, onderworpen aan.

Het (de) Wetten van je tong die dromen zaait als beenderen op een barre grond.

Grauw en bleek, elke stroom van beelden een stampede tot in het kleinste van mijn wezen. Tot je me raakt waar ik zelfs niet te raken was, zo ik dacht. Tot waar ik niets meer ben. Tot niets. Minder dan een vlieg...
Is het breken van kinderen een bezigheid?
Handen die halen, helpen, houden van, die bewaren. Die…
Heb je schrik van mij? Word je groter als je óp me staat?

Het gedolven graf is al lang gezakt, de beenderen zo klein dat zelfs de kevers moesten vluchten bij het zinken van de grond, het krimpen van de ruimte.

Als een los orgaan ongrijpbaar, onkwetsbaar ogenschijnlijk, maar…

Ik weet al te goed: de boomtoppen reiken niet aan de hemel. Maar dat bomen groeien is alleen hierom: geen vinger heeft hun top gekneusd, geen handpalm hield hen tegen.

Neen, geen uitleg. Het heeft geen zin.
Ik zie de voetafdruk in woorden, als territoriale vlaggen op de maan, op de top van Amne Machin. Hoe je jubelt: van mij, van mij, van mij…

Willen hebben is mij vreemd.
Willen… daarentegen…


.

zaterdag 23 augustus 2008

MOTHER C

Achter je, onder een huif – achter je karavaan – sleep ik touwen aan, achter je:
ketens, schakels en links
en hier en daar vermaak ik je.
Met beeld in vlees of grijs
En in het git van de nacht de gekende vraag: “Ben je wakker? Ben je daar?”
of:
“Drinken we iets?
Armagnac, Mijnheer?”
Ik wacht in koppigheid.
Het grote oog dat zwijgt en stille kabels vol syllaben digitale monoloog.
Het is laat, ik ben moe, de knop gaat uit.
Morgen weer herhalingst®ijd.


Nawoord:
Het doek valt en moeder C.
pakt haar kar en kinderen mee.
De auteur is slechtgezind,
misprijst het publiek dat met hààr sympathiseert,
terwijl hij een kritische analyse ambieert.

“Audiences never fail to be moved by the plight of the stubborn (…) woman.”
(Poemhunter)

Sekuru? Wat denk je nu?



.

अन्दाज़



tekst



.

vrijdag 22 augustus 2008

FRIED GREEN TOMATOES

Op de bodem vind je ongetwijfeld de ogen waarmee ik naar je kijk, van onder naar boven, terwijl het ik verdwijnt en nog de mond scandeert: 'calanda calanda'.

De golfslag van een trommel in de capillaire chaos,
het hart dat altijd kloppen blijft,
nu en nu en nu en weer
ondanks de cadans van je arm.

En later zo veel te meer, dankzij.





.

Tweedle-dee Dum and Tweedle-dee Dee


Tweedle-dee Dum and Tweedle-dee Dee
They're throwing knives into the tree
Two big bags of dead man's bones
Got their noses to the grindstones

Living in the Land of Nod
Trustin' their fate to the Hands of God
They pass by so silently
Tweedle-dee Dum and Tweedle-dee Dee

Well, they're going to the country, they're gonna retire
They're taking a streetcar named Desire
Looking in the window at the pecan pie
Lot of things they'd like they would never buy

Neither one gonna turn and run
They're making a voyage to the sun
"His Master's voice is calling me,"
Says Tweedle-dee Dum to Tweedle-dee Dee

Tweedle-dee Dee and Tweedle-dee Dum
All that and more and then some
They walk among the stately trees
They know the secrets of the breeze

Tweedle-dee Dum said to Tweedle-dee Dee
"Your presence is obnoxious to me."
They're like babies sittin' on a woman's knee
Tweedle-dee Dum and Tweedle-dee Dee

Well, the rain beating down on my windowpane
I got love for you and it's all in vain
Brains in the pot, they're beginning to boil
They're dripping with garlic and olive oil

Tweedle-dee Dee - he's on his hands and his knees
Saying, "Throw me somethin', Mister, please."
"What's good for you is good for me,"
Says Tweedle-dee Dum to Tweedle-dee Dee

Well, they're living in a happy harmony
Tweedle-dee Dum and Tweedle-dee Dee
They're one day older and a dollar short
They've got a parade permit and a police escort

They're lying low and they're makin' hay
They seem determined to go all the way
They run a brick and tile company
Tweedle-dee Dum and Tweedle-dee Dee

Well a childish dream is a deathless need
And a noble truth is a sacred creed
My pretty baby, she's lookin' around
She's wearin' a multi-thousand dollar gown

Tweedle-dee Dee is a lowdown, sorry old man
Tweedle-dee Dum, he'll stab you where you stand
"I've had too much of your company,"
Says, Tweedle-dee Dum to Tweedle-dee Dee
Bob Dylan dus



.

donderdag 21 augustus 2008

THE CHESHIRE CAT

The end of RavenOn a night quite unenchanting, when the rain was downward slanting,
I awakened to the ranting of the man I catch mice for.
Tipsy and a bit unshaven, in a tone I found quite craven,
Poe was talking to a Raven perched above the chamber door.
"Raven's very tasty," thought I, as I tiptoed o'er the floor,
"There is nothing I like more."
Soft upon the rug I treaded, calm and careful as I headed
Towards his roost atop that dreaded bust of Pallas I deplore.
While the bard and birdie chattered, I made sure that nothing clattered,
Creaked, or snapped, or fell, or shattered, as I crossed the corridor;
For his house is crammed with trinkets, curios and weird decor -
Bric-a-brac and junk galore.
Still the Raven never fluttered, standing stock-still as he uttered,
In a voice that shrieked and sputtered, his two cents worth -
"Nevermore."
While this dirge the birdbrain kept up, oh, so silently I crept up,
Then I crouched and quickly leapt up, pouncing on the feather bore.
Soon he was a heap of plumage, and a little blood and gore -
Only this and not much more.
Then my pickled poet cried out, "Pussycat, it's time I dried out!"
Never sat I in my hideout talking to a bird before;
How I've wallowed in self-pity, while my gallant, valiant kitty.
Put an end to that damned ditty - then I heard him start to snore.
Back atop the door I clambered, eyed that statue I abhor,
Jumped - and smashed it on the floor.

E.A.Poe’s Cat



'All right', said the Cat, and this time it vanished quite slowly, beginning with the end of the tail, and ending with the grin.

L.C.


.

EERSTE VIOOL (MEER FLARDEN: HIER!)

Je nu haast mythische representatie dagelijks aangedikt door de ostentatieve afwezigheid, terwijl je gedachtenbloemen strooit en me (ik je) zie(t) door zwarte schrikogen, een blik als een ricochet. Wie kijkt naar wie als de slangen wapperen rond het getooide hoofd en spiegels beslaan?

Ongevoelig als je bent voor dat waarmee ik je ongegeneerd bekleed, strooi je rijkelijk uit horens: overvloed van overvloed in de kribbe van wie eten wil. Ik herken het goud in de halmen, de diamant in de hardheid waarmee je mikt en met gemak telkens mijn vel raakt. De gong wier klank mijn bloed verdunt terwijl het rillen van het water een voor een mijn armen breekt onder een glazen oppervlak. Grenzen, zo fluister ik nog steeds, als een zachte stroom plots doorbreekt en de vulkaan te barsten staat, de wijde gulpen magma onstelpbaar, de woordenrivier stomend heet, brandend en tot slot sissend en kokend neerslaat op je… geweldloos aanwezige geweld van afwezigheid, grenzen zijn er niet.

Je bent stier, vechter en doek tegelijk. Ik juich om je vindingrijkheid, de sierlijkheid van je bewegingen. Ik houd van je uitbundige palet en de donkerte van haar randen, de laag onder de laag, de paralagen, die ik met moeite delf.
Elke dag met jou is een dag mijn-bouw plegen.

Het gevoel is nu weer te rijk. Ik wil het overschot aan je toeleveren met al de kleuren van het donkerste rood en koper en lucht, gefronste wolken. Ik zie je toch nu. Nu!!!
Ik zie je... met mijn ogen dicht zie ik zo veel..
Maak me gek! Weer en weer en weer.
Ontgoochelend is het. Voorspelde je. Ontgoochelend.
Ik ben bevangen. C'est le désir.




.

woensdag 20 augustus 2008

FLARDEN WEER EN WEER

ik voel voorzichtig aan de kap op mijn hoofd, de vloeiende slangen als een medusacoiffure, die elk vanuit de boeken hier connecties maakt....

Hoe
gecastreerd
terechtgewezen - Hier zit zij en hij zit daar

Invidia, Maxime, Categoria, Jouis, Imperativa... ronkende namen van god-met-ons en Daf. Onder andere slechts. Onder andere. De Charels over wie het gaat... tja. Bijzonder exemplaar.

Op het asfalt groeien bloemen uit mijn dorre buik.
Ademademademadem… Ademen is doodgaan en weer leven en het bekken rijst. Ik plant de hielen in de grond, het gruis in het eelt vermengd, zoals de hand die op het geslacht het vel zoekt, bloot, zacht. De toegankelijkheid zelf. Adem. Adem. Nu dus. En nu en nu. En het bekken rijst en daalt zoals in open/dicht. Mijn hoofd is leeg en vol en ik ben elders. Er niet. En wel.

Zuiderlicht
onzuivere aarde met bloemen geasfalteerd
de geëxalteerde beweging van katoenplukkende vingers...

wendt zich elders dan, keert terug of blijft verplaatst, gelaagd, gelassen.
Onder de mehari wordt het platgedrukt, bedolven onder schijt. De vlooien springen. Ach… Daar lig je dan. Kom, ik was je met mijn tong. Ik zie je zo graag.

Als ik dans houd ik lucht in mijn armen je past of ik en draai de ruimte in ik kijk naar lijven buiten me zie het mijne verloren schuim de straten af en vensters zonder glans mijn gezicht heeft u het nog gezien? Dat ik onbelast zou lopen, steek een kapel in brand – steels tel ik het vuur dat in mijn handen brandt. Het spoor dat ik verspreid, weerspiegelt tot dusver… ik kijk de navel binnen alles door elkaar gegooid als mensen elkaar strelen op de meest onorthodoxe manier, elkaar is teveel, iemand mij…

Deze nacht zo klem van onontkoombaar vocht

Ik had wat woorden. Ik vind ze niet meer. Er was iets van rood bij. Dacht ik. En er zijn blogs die met onnozeler praat overleven.

Enfin, dat zal het dus zijn voor nu. Het maakt verder ook niet uit. Lange tekst, korte tekst.

Lees je me nog? Jij dus?
(Niet jullie allemaal)

Naomi Lockwood uit St. Petersburg biedt me haar diensten aan. Jammer, ze woont zo ver. Kafka ook. En jij.

Genoeg... ga nu maar elders lezen. Graaf wat kafka uit of zo.
Vort allemaal, scheer u weg.


.

dinsdag 19 augustus 2008

NON LIQUET III




.

DAT WAT ONTGLIPT

Een kikker met veren, een slak met een bot, een dier dat rijst en daalt na de daad, beenloos en gegeerd. Glijdend in het kijkend oog, de oorsprong van het leven. Zeg dus niet, gij die de maat met stokken slaat van mijn galei, dat ik zonder ruggengraat over uw scène glij.

Mijn hersens stoven en zie het sudderen door de breuk waar ik met beide handen het gekronkel reguleer. Ik rook de pijp met rode kamperfoeliebast en snuif de ceder uit de steen, een prop salie bitter in de wang.

Le lit t’a nié. Omdat het voor niets staat. De dinsdagavond(pfff)act van kwart voor tien. De duivel spreekt Italiaans en heeft een baard. Ik weet het nu want hij vroeg, uiteindelijk en zonder stem: che vuoi? En ik keek rond: Moi? Praat je tegen mij als slow chat je niet meer interesseert?

Op handen en knieën kruip ik, stort ten slotte neer om niet meer te verroeren. Als een slavin die wacht op de zweep, een kuil in de aarde voor de zwangere buik, roerloos, geluidloos, de toegenaaide lippen. Zwijgen dus. Geen woorden, geen woorden, geen woorden. Stil, de adem stokt in drie punten.

Ik stof mijn borsten af en ontknoop de poriën.



.

maandag 18 augustus 2008

NON LIQUET II





.

VRAAG

lippen
rozenblad van porselein
hand breekt licht in duizend
afgruwelijk gruis het lijkt
heerlijkheid
van olie op het soepele leer
gebroken vlecht op het tapijt
en altijd weer
die lach
terwijl je even linkser wordt
doch te vermoeid
het recht(s) in handen neemt
de mannelijke kant.

ik lik de woorden die niet vallen
breek je bekken open
als French Coffee
van Mijnheer
zijn hoogste oog
gegooid
afanisis
of gewoon verveeld?




.

vrijdag 15 augustus 2008

KLUWEN




.

SPOREN

Het mes snijdt altijd rechts,
het jouwe, links (door) me uit…
links - de vrouw.

Het beurse lijf… en waar je duimen tasten
- als in een cantaloupe -
groeien paddenstoelen.
Sporen
, je laat ze na,
onzichtbaar haast en onderhuids.
Ik zwijg.
het stomme vlees,
de stille buik, niet meer dan lijf en lee.
Bloedsteen is de mijne en
de kronen die ik draag,
slechts in zee met koppen vol schelpenstof en parelmoer.
Ik zwijg en buig me tot de pijn
de klem schiet uit mijn keel.
De golven rijden.
Je vraag: ‘of ik nog verder wil’.
Ik ja…
zo ver je me gunt, de grens
die wijkt en verder reikt
dan iemand dacht.

Je stopt
abrupt
sarah
blijft achter in de woestijn.

woensdag 13 augustus 2008

ABJECT – THE FULL STORY

BORN 24/10/2005-DIED 26/10/2005

Een specialist in kinderlijkjes ben ik niet, noch in baren, zogen enzovoort… Ik heb geen kind. U wel? Of denkt u dat? Mijn kinderen zijn ongeboren uit mijn lijf. De anderen ver. (… hoeveel dode kinderen moet je hebben vastgehad om je expert te maken? Expert waarin? En dat wat uit je gleed recht in het starende oog, tel je dat dan mee? Ach, het is van geen belang. Laten we niet over dode kinderen praten, ze gewoon begraven, vergeten, verzwijgen. Zwijgen vooral. Dat gaat goed).

Ze spookt niet, maar ik kan evenmin verklaren waarom ze er nu voortdurend is. Of ze parallel loopt aan een ander gemis - een nieuw verlies, of een vervormde wens belichaamt? Communicatie, contact, handen, lijven…mensen? Mensch?
Ik probeer haar nú te betekenen.

Al wat er is van het Reële en la pureté… vloeide in haar samen.
En ik… ik voel me het kind. Je weet het… de navelstreng, het bruuske breken voor zijn tijd. Het afgesneden zijn en kijken door de ogen van een ander. Maar ik schreef je reeds, al geef ik het niet graag toe, sinds wanneer moet een kind zich schamen dat het nog klein is? Het zal wel groeien.

Ze was vier uren oud - in een doek gedraaid op de achterbank van een auto - en werd als een verloren handtas afgezet. De navelstreng ternauwernood verzorgd. (Ik dacht: ergens ligt een lege vrouw. Een moeder…? En wat is een moeder dan?)

(Als we naar later die dag naar de stad rijden, zie ik overal van ratten vergeven illegale stortplaatsen van vuilnis dat niet meer wordt opgehaald. Nieuwsberichten melden het frequent vinden van foetussen in de riool, achtergelaten baby’s, al dan niet levend enzovoort. Daden van overleving door wanhopige mensen. Is keuze een keuze? )

Mary wordt ziek de volgende avond. Het locale medisch centrum waar we vierklauwens naar toe rijden stelt de diagnose neonatale scepsis met het advies zo snel mogelijk naar de spoeddienst van het ziekenhuis te gaan. Het wachten doet onerbarmelijk aan (en is wellicht - later bekeken - behoorlijk genadig). Ongeïnteresseerde en waarschijnlijk oververmoeide, onderbetaalde verpleegkundigen en dokters geven eindelijk een verwijzing voor opname. Een kind haast nog, een wezen met kauwgom in de mond, een gsm die niet ophoudt te rinkelen, en een bos sleutels in de hand, klaar om deuren te openen naar vage bestemmingen, blijkt dokter Zusenzo. Met een lange vingernagel pookt ze rond de navel , duwt baby's buik, haar blik half op de tv die in een hoek staat te spelen.
Ze geeft de zegen voor de uiteindelijke opname waar het kind plots met warmte wordt omringd. Vrouwen die haar wiegen en met haar praten, een couveuse, zorg… echte handen. (soms – vreemd – is het niet de herinnering zelf maar beelden uit wat dan nog toekomst is, die de eigenlijke herinnering verlevendigen. Niet de handen daar, een ander paar…).

De volgende ochtend, terwijl we naar het ziekenhuis rijden, krijgen we het bericht: ze is dood gegaan.

Ze was nog warm, vuistjes gesloten, en heel zacht en met blauwige lippen. In mijn hand was duidelijk opnieuw, hoe klein ze was. Hoe dodelijk perfect. Hoe Reëel.
De verpleegster legde haar af.

De hele dag en de volgende ochtend werden gespendeerd aan het zoeken van een kist, (klein genoeg en betaalbaar), het in orde maken van papieren en het zoeken van een plek om haar te begraven. Omdat alle kerkhoven vol liggen met aidsdoden was dat niet evident. Uiteindelijk kwam een telefoon dat bij een begraafplaats 50 km verderop een heuvel was, waar buiten de officiële doden (huh!), pasgeborenen mochten liggen. Begraven was sowieso een kwestie van zo snel mogelijk. Morgues liggen vol met in elke schuif minstens twee doden. Kinderen worden met verschillende bij volwassenen gelegd. Als de koeling vol is, fungeert een binnenkoer als opslagplaats. De geur is niet te harden. Is ook onuitwisbaar opgeslagen.

Haar gaan halen daar…aan een afhaalkaai, waar ze in een grote lijkzak op een kar ter identificatie werd gebracht. De kist stond in de laadruimte van de truck. Ze was naakt en volledig uitgestrekt, haar handen bij de polsen met een katoenen strook voor haar lichaam geboeid, de enkels ook zo bij elkaar. Om haar schedel was eveneens een stuk katoen gebonden en haar neusgaten staken vol watten.

Terug thuis, werd het lichaam ontdaan, gewassen en gekleed onder het toeziend oog van veertien aMai’s en Ambuya’s. Er werd gezongen en gedanst. Nadat de kist gesloten was, zetten een paar grootmoeders ze achter in de auto. De dienst was naakt. Alleen dáár waren twee mannen die vooruitgestuurd werden om het gat te graven. En een priester… het symbool bij uitstek. In een platte steen die ergens lag, kerfde iemand de datum en haar naam.

Op de terugweg naar huis werd niet meer gezongen, het leven normaliseerde. Iemand wou stoppen om mazhanzhi’s te kopen voor onderweg. Een oude vrouw weigerde de stop. Het is verboden om als je van een begrafenis terugkomt te kopen.

Zó ging dat dus met dat dode, afgestoten kind. Ze bleek achteraf bekeken ook nog prematuur te zijn.

Vorige week of zo ontdekte ik dat ik geen baby meer had vastgehouden sedertdien, zodanig dat ik me afvroeg of er sprake was van een onbewust vermijden. Afgelopen zaterdag diende zich een kans aan. En tja… opmerkingen van verbazing waren niet uit de lucht: “sodade kan met baby’s overweg”. Zucht, dat ging dan weer om een ander vooroordeel. (En ik voelde me rustig verglijden… weg naar het Reële.)

Ander, waarom doe je dit? Waarom snijd je me af? Waarom mag ik niet nog bij je groeien?

Mja, misschien is het toch nog niet the full story...


.

dinsdag 12 augustus 2008

suǝƃǝʍ

˙pǝǝp uǝ pǝǝp uǝ pǝǝp uǝ
pǝǝɹ ɹǝpɹǝʌ ɾıɾ lɾıʍɹǝʇ uǝpɐlq ǝp ƃnɹ uɾıɯ do uǝʇʞɹɐɥ
slǝdǝʇ ǝp ƃǝǝl uǝdǝuʞ lǝʌ uɾıɯ ʇın slǝdǝɹ
doʞ uɾıɯ uɐʌ uǝɹo uǝpɾıus ʇɥɔızǝƃ uɾıɯ uı ɹnnz
ʇnoz uǝıooƃ ɾız ʇuɐʍ ǝʇɥɔǝls ǝp uǝıpuɐʌ
ʞı sɐʍ uǝ ʇnoʇs ʇɐp sɐʍ ʇnoɟ ʇɐp sɐʍ
uǝƃƃǝz ǝʇ ǝpɟɹnp ɐɾ ʞı ʇɐpɯo
ɾıɯ ǝɾ ƃǝols ɯoɹɐɐʍ
uǝʞʞǝq ʇǝɥ ɐls
uǝllǝq uǝʞʞolʞ slǝʇǝʞ ǝp uǝʌǝl
ʇıp uɐʌ uǝʇʇod ǝp uı uǝɹǝoɹ sɹǝƃuıʌ ǝɾ ʇɐɐl
ǝɯ lǝƃuɐɯ ǝɯ lɐɐɯ ǝɯ ʞɹǝɯ
ʇʞɹǝɯǝq ʇpɹoʍ ʞoo sʞuıl ʇɐpoz ɹǝǝʞ uǝǝ nu ǝɾ ıɐɐɹp
ɹǝʞɹǝʇs ǝɾ uǝq sʇɥɔǝɹ
sʇɥɔǝɹ ɹɐɐɯ uǝzɹɐɐl ǝɹɐʍz ʇǝɯ
ʇǝlɐd ʇǝɥ ʇʞɹǝʍǝq ǝɾ
ɹǝǝu uǝʇǝoʌ ǝɾ uɐɐ ʇƃıl
plıʌǝƃ pınɥ ǝlınʌ ǝlıǝʌ uɾıɯ lǝǝɥ uǝ
pɾılƃ pɾıɹ pıǝɹds ʞı ɹǝǝu uǝ do
ɹǝǝu uǝ do uǝɯɹɐ ǝɾ ǝɾ ƃǝǝʍǝq
ʞɹǝlʌ uǝǝ slɐ
ʇɹɐɐʇs ǝɾ
ʇʞǝǝɹqʇuo ʇɹɐɐʇs ǝp uǝ uǝʌǝoɥ
uǝʌǝoɥ ǝp ƃooɥ ǝʇ
ɟɾıl uɾıɯ uɐɐ uǝllɐq ǝp
pɹǝǝʞɹǝʌ uɐɐʇs uǝʇsɹoq uɾıɯ
ɹǝǝu ʞı ʞɐz
… lɐɐɯǝǝʍʇ lɐɐɯuǝǝ ʇoʇ
˙ɟǝǝɹɥɔs pɟooɥɹooʌ uɾıɯ do ǝɾ ʇɐp uǝƃɹoqɹǝʌ
ƃoo ʇǝɥ ʞı pnoɥ ʞɾılǝƃǝʇ puǝpuıq uǝ puılq
'uǝƃo uɾıɯ uı puǝsʇǝ puɐz
slǝɹɹoʞ ǝp ɹooɥ uǝ
ʍnoɹʌ uǝǝ uɐʌ ʞɐzʇoolʞ uǝǝ
'uɾıʇsǝoʍ ǝp uı sɐɐʍp uǝq ʞı

Hoeveel vocht zou er nog zijn? Het bloed de tranen en het zweet
etter mukaka urine gal vruchtwater sperma liquor uit mijn kop
Flessen vol met wijn en drank.
En Koffie van Mijnheer. Koffie graag om bij te smelten
in een hel die je nooit kende.
Smelten als boter zal je daar.
Zogezegd.
Of echt?

˙uǝssnlq ǝʇ ɯo ɹǝʇɐʍ uǝǝƃ ˙ɹnnʌ uǝ ɹnnʌ uǝ ɹnnʌ uǝ ɹnnʌ ˙ɹǝıɥ ʇǝıu ɹɐɐɯ ˙sǝɹǝpuɐ sɐʍʇǝ ʇsı ʇıǝɥuǝssɐlǝƃ ˙uǝz sǝɹʇ suǝs sıɐɯɐɾ ǝɯ ˙ʇnoɟ ɹǝɯɯıu 'pnoʞ ɹǝɯɯıu ʇǝɥ sı ɯǝɥ ɾıq ˙uǝllıq uɾıɯ ʇɯɹɐʍ uǝ pɹɐɐq uǝǝ ʇɟǝǝɥ ɾıɥ sı lǝʌınp ǝp ǝıʍ ʇǝɥ ʇǝǝʍ ʞı ıonʌ ǝɥɔ ǝuıl uɐılɐʇı ʇɐɥʇ ʇnoɥʇıʍ ʞɔɐq ǝɯoɔ ǝıɹd ǝʇ ǝɾ ǝɹǝɥ ǝƃɐqɹɐƃ ǝɥʇ ʇno ƃuıʞɐʇ uǝıʌ ’ɾ ˙˙˙˙˙snld ǝlɹɐd ǝu uo puɐnb ƃuıɹoq s’ǝıʌ ɐl ˙˙˙˙ɹnoɯɐuɯ ɹnoɾq

Nieuwsflits: Volgens het laatste weerbericht zou het zaterdag – aanstaande - pas – misschien – weer – gaan - regenen.
Scheisse!

Wat een sisser, nietwaar?

Maar uiteindelijk: wat is het verschil? Als je zegt: vertrouwen! Wie zou ik eer geloven: de man van het wispelturige weer of de klootzak van weleer?
Vertrouwen dus!
En al de rest is quatch!



.

maandag 11 augustus 2008

ANDER II


Na de maan...

Van laat naar vroeg
alsof ik niet meer dan even
mijn ogen heb dichtgedaan
het lijf in plooien
gestreken door de lakens

Een waas van beddengeur
het venster wagenwijd
ochtend van herfst
mist en draden
en het wassende nat
van dauw en slakken

ongemeen brutaal
haalt de dag naar me uit
slaat een deuk in mijn gezicht

neen, het is een glimlach
met groene ogen.




.

zondag 10 augustus 2008

μή φῦναι



To blog, or not to blog: that is the question:
[…]
To die, to sleep;
To sleep: perchance to dream: ay, there's the rub;
For in that sleep of death what dreams may come
When we have shuffled off this mortal coil,
Must give us pause:
[…]
who would fardels bear,
To grunt and sweat under a weary life,
But that the dread of something after death,
The undiscover'd country from whose bourn
No traveller returns, puzzles the will
And makes us rather bear those ills we have
Than fly to others that we know not of?

(Shakespeare)

(... ne pas céder sur son désir)